“Alleen focus op budget en tijd is kortetermijndenken. Het gaat uiteindelijk om duurzaamheid: laagste kosten over de levensduur”

| | |

Paul Janssen (Projectdirecteur Rotterdamsebaan): “Samenwerken in grote projecten draait om drie C’s: condities, communicatie en chemie” De Rotterdamsebaan in Den Haag, de nieuwe verbindingsweg tussen Ypenburg…

Paul Janssen (Projectdirecteur Rotterdamsebaan): “Samenwerken in grote projecten draait om drie C’s: condities, communicatie en chemie”

De Rotterdamsebaan in Den Haag, de nieuwe verbindingsweg tussen Ypenburg en de stad, is een project dat duurzaamheid hoog in het vaandel heeft. Uiteraard dient hierbij binnen budget en tijd te worden gewerkt en ervoor gezorgd te worden dat de weg ook op de lange termijn goed blijft functioneren. Hoe verhouden deze doelen zich met elkaar? Wij spraken hierover met Paul Janssen, die sinds 2011 als projectdirecteur namens de gemeente Den Haag betrokken is bij de bouw van de Rotterdamsebaan.

Hoe heeft u de samenwerking tussen verschillende stakeholders tot nu toe ervaren?

“Een project van deze omvang heeft twee kenmerken: risicomanagement en omgevingsmanagement. Omgevingsmanagement heeft te maken met de stakeholders. In ons project barst het daarvan: het Rijk, de provincie, het waterschap en Rijkswaterstaat in de rol van controleur én wegbeheerder. In dit project is het voor het eerst dat werk aan een rijksweg niet door Rijkswaterstaat, maar door een gemeente wordt uitgevoerd.  We hebben daarnaast met heel veel ondernemers te maken, zowel grote als kleine ondernemingen.”

“In mijn ogen is omgevingsmanagement iets wat je heel slecht of niet kan onderbrengen bij de marktpartijen, dat moet je als opdrachtgever grotendeels zelf doen. Blijft er geld over van het project, dan is dat mooi voor Den Haag; kost het meer dan zal de onroerendzaakbelasting omhoog moeten”, zegt Janssen met een knipoog.

“Wees open voor goede suggesties van stakeholders met een mindset van: dat is leuk, kunnen we wat combineren?”

“Ik ervaar het project als leuk en nuttig en heb gemerkt dat hoe meer je de stakeholders bij het project betrekt, hoe beter het project wordt. Samenwerking komt alleen tot stand als je elkaar goed informeert over waar je mee bezig bent en je echt goed luistert naar elkaar. Denk altijd bij jezelf: ‘dat is leuk, kunnen we wat combineren?’.”

Zijn in uw optiek de risico’s op een goede manier verdeeld?

“Ik denk het wel. Je moet de risico’s laten liggen bij de partij die ze het best kan beheren. Ik geloof niet zo in het contractueel afkopen van risico’s, want dat wordt vaak een gek soort loterij. Er is bijvoorbeeld altijd het risico dat de grond van het perceel, ondanks vooronderzoek, anders is dan verwacht. Wat ik belangrijk vind, vandaar dat ik het in de aanbesteding heb gevraagd, is dat de aannemer laat zien hoe zij met risico’s omgaan, dit hoort bij onze maatschappelijke taak.Zij moeten ook weten wat wij als risico’s beschouwen.”

In hoeverre is er voor de opdrachtnemer ruimte voor innovatie en creatieve oplossingen?

“Eigenlijk altijd te weinig. We hebben natuurlijk getracht hier zoveel mogelijk ruimte voor te creëren en hebben deze ook zeker gepakt, waar leuke en creatieve dingen op het gebied van duurzaamheid uit zijn gekomen. Maar zeker in binnenstedelijk gebied loop je snel aan tegen de grenzen van bijvoorbeeld een bestemmingsplan.”

“We scoren straks hoog op duurzaamheid. De tunnel kan straks met 40% minder energie af dan normaal wordt gebruikt. Binnen de ruimte van het bestemmingsplan heeft de aannemer er verder op een creatieve manier voor gezorgd dat een aantal wegen niet afgesloten hoefde te worden gedurende de bouw. Ook komt er bij de uiteinden van de tunnel een ‘Fine Dust Reduction System’, een filter waarmee fijnstof voor 50% wordt afgevangen.”

Waar bent u trots op? Wat zijn de grootstesuccesfactoren van dit project?

“Ik ben best trots op waar we op dit moment staan, dat we vanaf 2013 de planning goed vast weten te houden. Het werk gaat financieel niet over de kop, we blijven binnen het budget. Het aantal ongevallen met blijvend letsel is nul en het verzuim is lager dan het landelijk gemiddelde. Voor wat betreft mijn eigen team ben ik trots op het geringe verloop van de projectorganisatie. Dat zegt iets over de sfeer binnen de club en over de professionaliteit van de mensen.”

“Ik geloof altijd in de drie C’s: condities, communicatie en chemie”

“Ik geloof altijd in drie dingen met een C. Ten eerste condities: de voorwaarden die je met elkaar afspreekt. Daarnaast is communicatie essentieel: dit moet in orde zijn en transparant naar iedereen toe, omgeving, openbaar bestuur, aannemer. Als laatste moet er chemie zijn: het moet net als in andere relaties klikken tussen mensen, dan hoef je er niet zo hard aan te werken.”

Wat zou u anders gedaan hebben met de kennis van nu? Welke aanbevelingen geeft u voor soortgelijke projecten?

“Met de kennis van nu zou ik in de voorfase van het project nog meer willen sturen op maximale ruimte voor de aannemer. Hierbij hoort ook het sturen op ‘wij maken hier een vervoerssysteem’ en geen tunnelbak met lampjes en draadjes. Het moet een systeem zijn dat niet alleen goed werkt als het open gaat, maar ook de vele jaren daarna. Ook dat is een vorm van duurzaamheid. Besef daarnaast als opdracht gevende partij dat je de opdrachtnemer, met veel kennis van zaken, een heel stuk moet faciliteren.”

Uit onderzoek van de TU Delft blijkt dat duurzaamheid voor projectmanagersvaak niet behoort tot de meest belangrijke elementen in hun project (i.t.t. totbudget en tijd). Wat is uw visie hierop?

“We hebben er heel duidelijk voor gekozen om ons wél op duurzaamheid te richten. In het begin van het project was duurzaamheid een geitenwollensokken containerbegrip, tegenwoordig is dat gelukkig allang niet meer zo. Ik denk dat duurzaamheid eigenlijk niets anders betekent dan het project goedkoper maken over een lange tijd, zodat het een lange life cycleheeft. Neem alle kosten en baten hierin mee, ook bijvoorbeeld de CO2-emissie. Het gaat om zo gering mogelijke maatschappelijke kosten.”

“Budget en tijd zijn wat mij betreft kortetermijndenken. Het komt een beetje voort uit het feit dat de overheid niet afschrijft op haar projecten. Als je zelf een huis bouwt, is het ook hartstikke geinig om deze energieneutraal te maken. Neem in je project ook de lange termijnexploitatie en de maatschappelijke kosten mee in de berekening. Alles wat je snel in elkaar zet, valt toch ook snel uit elkaar.”

“Budget en tijd zijn wat mij betreft kortetermijndenken”

Hoe wordt ervoor gezorgd dat de samenwerking op de lange termijn fris blijft?

“Zoals ik eerder al aangaf: blijf werken aan chemie. En durf af en toe nieuwe dingen te doen. Als je, in je thuissituatie, nooit bloemen meebrengt voor je partner werkt het niet, maar als je het iedere week doet werkt het ook niet. Denk hierbij out of the box, ga een keer volleyballen op het strand of naar een escape roomen zorg ervoor dat je niet in een sleur komt.”

“Samenwerken is niet vanzelfsprekend, net als in iedere andere relatie. Hetzelfde geldt voor het zakelijk verkeer. Heb het over andere dingen dan alleen over het werk, interesseer je echt voor de ander. En dat ontdek je door ook eens even buiten het bouwterrein iets te doen met elkaar. Het begint altijd met echte interesse.”