‘Blindstaren op 49% minder uitstoot maakt meer kapot dan ons lief is’

| | |

Vlak voor kerst eindigden de onderhandelingen over het Klimaatakkoord nogal chaotisch. Hoewel de uitvoering aanvankelijk op 1 januari moest beginnen, lag er nog maar een…

Vlak voor kerst eindigden de onderhandelingen over het Klimaatakkoord nogal chaotisch. Hoewel de uitvoering aanvankelijk op 1 januari moest beginnen, lag er nog maar een ‘ontwerpakkoord’. ‘Een eerste stap’, noemde minister Wiebes het resultaat van tien maanden onderhandelen. ‘Vaag, vrijblijvend en vleugellam’, vonden de natuur- en milieuorganisaties en distantieerden zich ervan.

Ondanks dat de planbureaus pas over twee maanden met hun doorrekening komen, denken de ngo’s nu al dat het resultaat onvoldoende is om het centrale doel van 49% broeikasgasreductie in 2030 te halen. En zelfs als dat doel wel zou worden bereikt, is dat te weinig voor het klimaat, luidt de kritiek. Die angst klinkt ook steeds vaker door in algemene media. Zonder akkoord hebben we over vijftig jaar ‘geen wereld meer’, zei de presentator van het populaire Radio 2-programma Gijs 2.0, op de dag dat het ontwerpakkoord werd gepresenteerd.

Procesinnovatie

Aan de andere kant van het spectrum staan politieke partijen als PVV en Forum voor Democratie (FvD) die niets van het aanstaande klimaatbeleid moeten hebben. ‘Collectieve gekte’, noemt FvD-leider Thierry Baudet de maatregelen. Ook hier laten media zich niet onbetuigd. In navolging van Elsevier Weekblad staat de Telegraaf bovenop de barricaden. Volgens de krant wordt de portemonnee van burgers ‘geplunderd’ en krijgen ze ‘de groene agenda door de strot geduwd’.

Met deze retoriek is het niet gek dat de coalitie zich in de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen zorgen maakt. Ook oppositiepartijen lopen op eieren. Niet de burger moet de rekening betalen, zeggen zij, maar de industrie. Die sector is in relatief korte tijd uitgegroeid tot favoriete zondebok.

Aan de basis van de oplopende spanning, staan de zeer hoge verwachtingen die het kabinet – dat zich ‘het groenste ooit’ noemt – zelf heeft gewekt. Ons land moest gidsland worden. ‘Dé klimaatleider in de wereld’, aldus D66. En hoewel de EU ruim 20% minder uitstoot dan in 1990, terwijl wereldwijd de uitstoot met meer dan de helft is toegenomen, wil Nederland ook in Europa voorop lopen: 49% reductie in 2030 in plaats van de 40% waarop de EU koerst.

Voor die koppositie moet Nederland extra maatregelen nemen, bovenop het ETS, het Europese emissiehandelssysteem, waarmee de EU z’n uitstoot succesvol reduceert. Dat is nu al lastiger dan gedacht. Zo blijkt de in het regeerakkoord afgesproken CO₂-minimumprijs in de elektriciteitssector de leveringszekerheid in gevaar te brengen en lijkt die maatregel door de zijdeur af te gaan.

Nederland maakt geen verschil met hoeveel we reduceren, wel met de manier waarop

Volgens Pieter Boot, sectorhoofd Klimaat, Lucht en Energie van het Planbureau voor de Leefomgeving is het effect van 49% reductie sowieso uiterst gering. ‘Voor de klimaatverandering maakt het natuurlijk helemaal niets uit of Nederland in z’n eentje dit nou wel of niet doet. Dan is belangrijk: wat gebeurt er in de wereld’, zei de klimaatrekenmeester van het kabinet in de Tweede Kamer.

Hoewel Nederland met een aandeel van slechts 0,4% in de wereldwijde uitstoot dus nauwelijks een deuk in een pakje boter slaat, kan ons land wel degelijk voortrekker zijn en wel als kraamkamer van innovatie. Zo ontwikkelde Tata Steel in ons land een technologie die de uitstoot bij staalproductie met de helft vermindert. Dat proces wordt nu opgeschaald in India. Een toonbeeld van procesinnovatie is de succesvolle aanpak van overheid en markt om de prijs van offshore windenergie drastisch te verlagen.

Nederland maakt geen verschil met hoeveel we reduceren, wel met de manier waarop. Maar met het blindstaren op het aantal megatonnen CO₂ komt de brede steun die daarvoor nodig is onder druk. Weliswaar zegt minister Wiebes dat draagvlak essentieel is, maar het verkrijgen ervan lijkt niet de eerste prioriteit. Linksom of rechtsom, 49% moet en zal het worden, zegt ook Ed Nijpels, die het Klimaatakkoord-proces leidt.

Vertrouwen

In haar promotieonderzoek liet dr. Sanne Akerboom vorig jaar zien hoe zo’n dwingende benadering bij het Energieakkoord, de voorloper van het Klimaatakkoord, het verzet tegen windmolens op land heeft vergroot. Op papier was iedereen betrokken, mocht iedereen z’n zegje doen, maar die molens moesten er komen. Punt.

Natuurlijk moet je doelen stellen en druk zetten, maar te veel druk werkt averechts. Kijk niet alleen wat moet, kijk ook wat kan, is de les. Niet alleen top-down maar ook bottom-up. Misschien wordt het dan geen 49%, maar 46% of 43%, maar je behoudt wel draagvlak voor de ingrijpende, decennialange transitie waar Nederland nog maar net aan is begonnen.

Het grote gevaar is dat goedbedoelende burgers afhaken. In korte tijd krijgen ze plannen en maatregelen voor hun kiezen die op vrijwel elk onderdeel van hun bestaan ingrijpen en waarvan ze op hun klompen aanvoelen dat die niet allemaal door de industrie zullen worden betaald. Het beeld is er een van drang, dwang en duur.

Zorg dat de transitie een positieve connotatie krijgt en houdt. Zo is het een heel goed idee om van fossiele energie af te stappen, nog los van het klimaateffect. Denk aan minder luchtvervuiling, minder energieafhankelijkheid van het buitenland, meer kennisontwikkeling, innovatie en exportkansen. Nederland, de politiek voorop, moet zich niet blindstaren op 49%, maar vooral hard werken aan het vertrouwen van burgers; aan het voorkomen van verdere polarisatie en aan versterking van het poldermodel. Alleen dan wordt de energietransitie echt een succes en kan ons land rolmodel zijn van de ombouw van fossiele naar niet-fossiele economieën.

Bron: artikel ‘Blindstaren op 49% minder uitstoot maakt meer kapot dan ons lief is‘ uit de FD door Remco de Boer