Corona realiteit: focus op het benutten van nieuwe kansen

| |

Onze publicatie met 5 essentiële tips over hoe we in ‘coronatijden’ de bouw aan de praat houden, levert veel positieve reacties op. Dat resulteerde in de publicatie…

Foto skylineOnze publicatie met 5 essentiële tips over hoe we in ‘coronatijden’ de bouw aan de praat houden, levert veel positieve reacties op. Dat resulteerde in de publicatie van een serie artikelen en de webinarreeks ‘houd de bouw in beweging’. Diverse opdrachtgevers (provincies, gemeentes, waterschappen, zorg- en onderwijsinstellingen), juristen en sectorexperts wisselen in deze reeksen praktijkervaringen uit over hoe zij invulling geven aan de overheidsmaatregelen om het coronavirus COVID-19 buiten de deur te houden.

De directe maatschappelijke en economische gevolgen van dit virus zijn niet alleen ingrijpend voor de korte termijn. Analyses maken één ding duidelijk: het idee dat de effecten van deze crisis met de komst van een vaccin voorgoed voorbij zullen zijn, kunnen we achter ons laten. Dat roept vragen op over de langetermijneffecten van de pandemie en de wijze waarop we ons daarna gaan organiseren. Wij gingen hierover in gesprek met Sietske Voets, directeur en senior-adviseur bij Procap, Mira Wennekes, directeur bij Building for Tomorrow, Arend van Dijk, managing consultant en projectmanager bij APPM en Marcel van Rosmalen, directeur huisvesting en vastgoed bij AT Osborne. Met hen kijken we terug op de veranderingen die deze crisis met zich heeft meegebracht en een blikken we vooruit op het komende jaar. Wat zien we gebeuren in de maatschappij en hoe organiseren we ons rondom beleidsvraagstukken?

 

De bouw is met zo’n 9% van het BBP en meer dan 300.000 arbeidsplaatsen van groot belang voor onze economie. De vijf suggesties over hoe we in coronatijden kunnen denken in kansen hadden als doel om de bouwbranche in ‘beweging’ te houden: blijven ontwikkelen en bouwen aan een beter Nederland. Terugkijkend op 2020, is de bouw in beweging gebleven? En zo ja, op welke manier?

Foto: Mira Wennekes
Foto: Mira Wennekes

Mira: “Over het algemeen kan je stellen dat de bouw in beweging is gebleven, zowel de fysieke bouw als de bouwsector in zijn geheel. Met name het Rijk en de publieke opdrachtgevers zijn doorgegaan met het investeren in onder andere ruimtelijke ontwikkeling en verduurzamen. Ook hebben veel opdrachtgevers de vraagstukken die naar voren komen als gevolg van het virus opgepakt en hier actie op genomen. Een voorbeeld hiervan is de verhoogde aandacht voor ‘gezonde’ gebouwen: een goed binnenklimaat is noodzakelijker geworden dan ooit. Ook zijn bijvoorbeeld veel onderwijsinstellingen bezig met de vertaalslag van het effect van meer digitaal onderwijs op de behoefte aan huisvesting.

De fysieke bouw heeft wel vertraging opgelopen, onder andere door besmettingen en het uitvoeren van werk binnen de veiligheidsmaatregelen zoals de anderhalve meter. Maar ook hier is snel geschakeld naar een nieuwe modus operandi waardoor werkzaamheden toch doorgang konden vinden.”

“een goed binnenklimaat is noodzakelijker geworden dan ooit”

Zijn er ook ‘gebieden’ waar de bouw niet in is beweging gebleven?

Foto: Arend van Dijk
Foto: Arend van Dijk

Arend: “Ik denk dat er twee signalen zijn. Enerzijds is de bouw – zoals Mira stelt – in beweging gebleven. We hebben maatregelen moeten treffen om te voldoen aan de coronavoorschriften op de bouwplaats en mogelijk nieuwe onvoorziene omstandigheden voor te zijn. Afgezien daarvan hebben bouwprojecten onverhinderd door kunnen gaan. Anderzijds zie je dat er bij kleinere en middelgrote gemeentes zorgen zijn over de financiële nasleep van het coronavirus. Dit heeft bij enkele publieke opdrachtgevers ertoe geleid dat enige plannen en aanbestedingen in de wacht zijn gezet door de toegenomen onzekerheid en beperkte financiële reserves.”

“Doordat we op afstand met elkaar samenwerken, moeten we veel meer dan voorheen zoeken naar verbinding”

Wat zijn zaken die het afgelopen jaar belangrijker zijn geworden, of waar we anders over zijn gaan nadenken door corona?

Foto: Sietske Voets
Foto: Sietske Voets

Sietske: “Ik denk dat vooral de rol van het menselijk aspect en goede communicatie meer onder de aandacht zijn gekomen door corona. Doordat we op afstand met elkaar samenwerken, moeten we veel meer dan voorheen zoeken naar verbinding, wederzijdse overeenstemming en begrip voor elkaar en de situatie. Dit geldt zowel binnen een organisatie als tussen werkgever en werknemer. Daarnaast moet er anders nagedacht worden over het opleiden van jong talent of nieuwe mensen binnen de organisatie. Het thuiswerken maakt het overwegend lastiger om mensen op afstand – via het beeldschermen – kennis te laten maken met collega’s, de cultuur van de organisatie en het inhoudelijke werk. Tegelijkertijd is er op dit moment meer vraag naar mensen met ervaring waardoor je moet uitkijken dat junioren niet tussen de wal en het schip terecht komen maar, weliswaar op afstand, toch mee kunnen lopen en kijken met collega’s.”

Foto: Marcel van Rosmalen
Foto: Marcel van Rosmalen

Marcel: “Door de crisis zijn we gestimuleerd om meer botsproeven te doen op extremiteiten en onvoorspelbaarheden. Wie had een jaar eerder kunnen voorspellen dat 2020 maatschappelijk zo disruptief zou zijn? Wat essentieel is hoe we met dit soort disrupties en andere onvoorziene omstandigheden omgaan. Projecten worden in de regel in toenemende mate complexer en daardoor neemt ook de voorspelbaarheid af. Dit vraagt om veel meer flexibiliteit en adaptiviteit, nu maar ook in toekomstige projecten. Er zijn trends die we al lang zagen aankomen, maar waarvan de ontwikkeling door de pandemie in een versnelling is geraakt. Zo moeten we dus niet alleen tijdens corona goed nadenken over de impact van thuiswerken, ook daarna blijft dit een kritisch vraagstuk. Met thuiswerken neemt onze productiviteit toe: in vergaderingen komen we meer ter zake en door het uitvallen van reistijden kunnen we meer besprekingen in één werkdag plannen. Maar daarmee gaat het werken niet per se efficiënter. Daarnaast moet je goed kijken hoe je ervoor zorgt dat iedereen het gevoel houdt deel uit te maken van een gezamenlijke organisatie als er elke dag thuisgewerkt wordt? Je moet toch proberen om op afstand onderlinge levendigheid te blijven creëren.”

“Er zijn trends die we al lang zagen aankomen, maar waarvan de ontwikkeling door de pandemie in een versnelling is geraakt”

De nadelen van de crisis afgelopen jaar zijn evident: noodgedwongen thuiswerken en de sociale en de economische gevolgen van coronamaatregelen. Maar welke positieve lessen kunnen wij uit deze crisis halen?

Arend: “Ik denk dat het afgelopen jaar heeft laten zien hoe groot ons aanpassingsvermogen is, niet alleen binnen de bouwsector. Dat is iets waar we van kunnen leren, zeker met het oog op de toekomstige veranderingen die nodig zijn op het gebied van bijvoorbeeld energietransitie en klimaatadaptatie. Daarnaast heeft het afgelopen jaar gezorgd voor meer onderling begrip en saamhorigheid met het coronavirus als gedeelde ‘vijand’. Dit draagt bij aan een beter samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers.”

KansenSietske: “Wat Corona ons heeft laten zien is dat het goed is om te herijken in projecten. Dat betekent dat wanneer we geconfronteerd worden met veranderende omstandigheden, onvoorzien of niet, we ons opnieuw de vraag moeten durven stellen waar we staan en hoe we de invulling van projectaspecten daar passend op kunnen maken. Wanneer we in de ‘malle molen’ blijven draaien terwijl de omstandigheden om een hele andere benadering vragen missen we de essentie van wat we met elkaar proberen te bereiken. Vasthouden aan contracten maakt het vooraf gestelde projectdoel ondergeschikt omdat we dan onvoldoende gebruik maken van het voortschrijdend inzicht. Ons gezamenlijk doel is om met elkaar Nederland leefbaar te houden, dus wat we ons vooral moeten afvragen is in hoeverre datgene wat we willen/doen daar aan bijdraagt in het licht van de omgevingsdynamiek. Corona heeft onderstreept dat projecten ‘doen om het doen’ niet meer van deze tijd is.”

“het afgelopen jaar heeft gezorgd voor meer onderling begrip en saamhorigheid met het coronavirus als gedeelde vijand”

Mira: “Het blijkt ook duidelijk dat we echt behoefte hebben aan samenwerken en collegiaal contact in de fysieke ruimte. Met het noodgedwongen thuis- en online werken missen we de grapjes met collega’s, het aanvoelen hoe het nu echt gaat en het spontaan samen sparren over een lastige kwestie. Maar het online werken heeft ook duidelijke voordelen. We hebben gezien dat het mogelijk is om veel werkzaamheden vanuit huis te doen en dat heeft als gevolg dat we kritischer afwegen welke afstemming online kan plaats vinden en voor welke werkzaamheden is het nodig om een fysieke afspraak te hebben. Het effect is duidelijk, minder reistijd, minder auto’s op de weg, minder kantoorruimte nodig, etc, Positief voor het klimaat en voor de flexibiliteit van de medewerkers.”

Marcel: “De omstandigheden van het afgelopen jaar hebben creativiteit en ondernemerschap gestimuleerd. Niet stil blijven zitten en hopen op een terugkeer naar ‘hoe het was’ maar juist denken in en zoeken naar nieuwe kansen en mogelijkheden.”