De toekomst van geïntegreerde contracten: somber of glanzend?

|

De laatste jaren is er een relatief kritische houding waarneembaar geweest rondom geïntegreerde contracten. Ze zouden niet succesvol zijn, star, te complex, etc. Enkele negatieve…

De laatste jaren is er een relatief kritische houding waarneembaar geweest rondom geïntegreerde contracten. Ze zouden niet succesvol zijn, star, te complex, etc. Enkele negatieve ervaringen met DBFM-contracten werden breed uitgemeten, ook in de landelijke media, terwijl talloze positieve ervaringen en succesvolle projecten niet altijd de aandacht kregen die zij juist wel verdienden. Zo rijden dagelijks miljoenen auto’s over uitstekende PPS wegen en werken duizenden kantoorgebruikers in perfecte PPS-gebouwen.

Math Feijen

Traditionele bouwprojecten hebben al jaren te maken met significante faalkosten dus hebben we nu een te sombere of juist een te positieve bril op als het gaat over geïntegreerde contracten? De complexiteit van opgaven neemt in de regel alleen maar toe en daarmee de afhankelijkheid tussen projectpartners als opdrachtgevers en opdrachtnemers. Biedt dit nu kansen of creëert dat nu eerder belemmeringen in contract- c.q. samenwerkingskeuzes? Wij gingen in gesprek met Math Feijen, partner bij adviesbureau OPPS, over het nut, noodzaak alsmede de waarde van geïntegreerde contracten vs. traditionele contracten in de huidige tijd.

Waarom zouden opdrachtgevers nog gebruik maken van geïntegreerde contracten?

Omdat het logisch is. Waarom knippen we in vredesnaam de levenscyclus van een gebouw op in stukjes? Dat zou eigenlijk de
centrale vraag moeten zijn. Opdrachtgevers nemen een risico op zich dat ze moeilijk kunnen beheersen. Wat weet een wethouder, een gedeputeerde of -pak hem beet- een schooldirecteur nou van afstemmingsrisico tussen ontwerp en bouw?
Waarom zou hij of zij zich het vraagstuk toe-eigenen of een nieuwbouw onderhoudsvriendelijk of duurzaam is? Als het goed is, weten juist de marktpartijen dat als geen ander, dat is immers hun dagelijkse business.

“Opdrachtgevers nemen een risico op zich dat ze moeilijk kunnen beheersen.”

Hou je dan als opdrachtgever wel grip op het eindproduct? Laat je niet te veel over aan de markt?


Opdrachtgevers willen natuurlijk weten hoe hun gebouw er gaat uitzien. Of het flexibel en functioneel is en of het past in de omgeving. Of het veilig en toegankelijk is. Dat zijn allemaal ontwerpvraagstukken waar opdrachtgevers terecht doorgaans alles van willen weten en daar valt voor hen binnen alle contractvormen ontzettend veel op te sturen. Opdrachtgevers zijn op die manier uiteraard betrokken bij het gevelbeeld, maar ik vraag me af of ze vervolgens wel alles willen of moeten weten over hoe die gevel precies gemonteerd wordt. Dat zou het vakmanschap van de opdrachtnemer moeten zijn en als je je dat indirect gaat toe-eigenen door je heel specifiek te gaan bemoeien met de uitvoering, loop je als opdrachtgever juist eerder meer dan minder risico’s.

Bij traditioneel aanbesteden selecteren we eerst een architect en gaan we met dat bureau aan de slag om het perfecte ontwerp te maken. Vervolgens komen we er pas bij de aanbesteding van de aannemer achter dat de maakbaarheid in de praktijk lastig blijkt of het budget niet toereikend is. Typisch voor de huidige markt is de selectie van aannemers voor een bouwteam. Om geselecteerd te worden moeten al zogenaamde optimalisatievoorstellen ingediend worden. Dat is de verkeerde volgorde! Je vraagt aan de aannemer een gebouw te maken op basis van een ontwerp waarvan je al vooraf zegt: dit is wat we willen, maar het is te duur. Dan moet de aannemer dat mooie plaatje van een “office-community” met brede gangen en fraaie afwerkingen reduceren tot een kantoorgebouw met Oost-Europese allure, ik chargeer hier bewust. Wat heb je dan bereikt? Je hebt de architect betaald voor iets dat niet gemaakt kan worden en de aannemer kosten laten maken voor een gebouw dat je eigenlijk niet wilt. Dit soort voorbeelden komen we regelmatig tegen.

“Je hebt de architect betaald voor iets dat niet gemaakt kan worden en de aannemer kosten laten maken voor een gebouw dat je eigenlijk niet wilt. Dit soort voorbeelden komen we regelmatig tegen.”

Hoe is dit anders bij geïntegreerd aanbesteden?

Bij geïntegreerde contracten schrijft de opdrachtgever niet de oplossing voor aan de aannemer maar leggen zij het vraagstuk neer bij de markt. Laat de markt zich maar organiseren om die vraag zo goed mogelijk te beantwoorden. Ik geloof dat de beste Total Cost of Ownership bereikt wordt juist door zo’n integrale aanpak van projecten. De omvang en de aard van het project en de expertise van de opdrachtgever bepalen in hoeverre en waar je de keten knipt. Natuurlijk weten we dat een DBFMO voor de renovatie van een sportzaaltje van €800.000 absolute onzin is. We hebben aanbestedingsregels en standaard contractvormen, die gebruikt moeten worden op de manier zoals ze bedacht zijn. Dus hanteer de juiste methode voor het specifieke project; daar zijn zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers mee gediend. Dus geen DBFMO voor een basisschool in Brunssum maar wel een UAV-gc voor het UMC. Zoek de contractvorm die past bij je project en je organisatie en kies niet op basis van de templatevoorraad die je al uit je vorige projecten in de la had liggen. Die objectiviteit in afweging op project en organisatie moet uiteindelijk de doorslag geven en zorgt ervoor dat alle betrokken partijen in de context zitten waarbinnen ze hun rollen en het beste kunnen waarmaken.

Als de voordelen zo evident zijn, waar komt kritiek op PPS-achtige projecten dan vandaan?

De kritieken zijn voor een groot deel gebaseerd op de huidige beeldvorming. De term PPS heeft een zware lading gekregen doordat sporadische fouten zijn blijven hangen en continue weer worden opgerakeld terwijl de successen te weinig, of zelfs niet, gevierd zijn dat terwijl faalkosten bij traditionele projecten maar liefst 10% bedragen. Ik werk voor zowel overheden als private partijen en ik merk dat de bestaande vooroordelen hardnekkig zijn: “de aannemers zijn bandieten en de overheden zijn een stelletje bureaucraten”. De dienstverlenende sector in de bouw wil daarnaast ook nog eens uniek en onderscheidend zijn met nieuwe specialismes. Agile, Six Sigma, Best Value, gunnen op waarde, LEAN, circulair aanbesteden, het Nieuwe Bouwteam, allemaal contractvormen en methodes die hét antwoord moeten zijn op uw problemen. Ik heb slecht nieuws, want dat is niet zo. Stop met het verzinnen van varianten op varianten op alternatieven. We moeten het juiste menu samenstellen van de bestaande aanbestedings- en contractvormen, daar zijn alle partijen uiteindelijk het best mee geholpen. Daar komen opdrachtgevers en bouwers ook steeds meer achter lijkt het. We krijgen het er in ieder geval steeds drukker mee.

“..de aannemers zijn bandieten en de overheden zijn een stelletje bureaucraten.”

 

De bestaande kritieken zijn dus niet altijd terecht?

Nee dat vind ik niet, sterker nog bij OPPS zijn wij van mening dat geïntegreerde contracten juist de toekomst zijn in de bouwbranche. Vandaar dat wij sinds begin dit jaar de stap hebben gezet om zelfstandig te worden. Zodat wij ons volledig kunnen specialiseren in het aanbesteden en tenderen. Wij zijn niet zo van de ‘hypes’ maar wille bestaande wet- en regelgeving en technieken optimaal toepassen en dit specifiek per project maken. Ieder project is speciaal en vraagt om een eigen aanpak, maar wel met de bestaande handvatten die er zijn.

 

Meer informatie

  • Inhoudelijke vragen naar aanleiding van dit bericht kunt u direct richten aan Math Feijen: math.feijen@opps.nl/ (06) 18 60 78 45
  • Uw overige vragen kunt u sturen naar secretariaat@ppsnetwerk.nl

 

Opleiding: Concurrentiegericht Dialoog en Onderhandelingstechnieken

PPS Netwerk Nederland organiseert de opleiding: Concurrentiegericht dialoog en Onderhandelingstechnieken.

Klik hier voor het programma, kosten en aanmelding.