Energietransitie: van veelbelovende ambities naar concrete plannen

|

Om de klimaatdoelstellingen uit het klimaatakkoord te behalen, is Nederland opgedeeld in 30 energieregio’s. De regio’s hebben de opdracht om tot het beste regionale plan te…

WindmolenparkOm de klimaatdoelstellingen uit het klimaatakkoord te behalen, is Nederland opgedeeld in 30 energieregio’s. De regio’s hebben de opdracht om tot het beste regionale plan te komen voor het opwekken van duurzame elektriciteit. Het maken van een RES is geen sinecure en vraagt om een solide samenwerking tussen gemeentes, regio’s en deelregio’s maar ook met externe stakeholders. Wat zijn de beste startcondities voor het komen tot uitvoerbare plannen? Waar moet vooraf goed over nagedacht worden en wat zijn de ‘lessons learned’ uit de praktijk? We gingen hierover in gesprek met Caroline van der Kooi (Balance/Gemeente Amsterdam), betrokken bij het gemeentelijk beleid aangaande de opwek van windenergie, Tessa van de Beld (Gemeente Hilversum) en Rob van Menen (Omniplan/Gemeente Hilversum), betrokken bij de PAW-aanvraag (Programma Aardgasvrije Wijken), voor de Hilversumse wijk De Meent.

Wat zijn de beste startcondities voor het komen tot uitvoerbare plannen?

Foto Rob van Menen
Foto: Rob van Menen

Rob: “Dat er iets gedaan moet worden met het thema energietransitie, daar is iedereen het wel over eens. Er bestaat echter wel een breed scala aan opvattingen over de urgentie van het thema en de manier waarop gehandeld moet worden. Dat zie je niet alleen terug in de maatschappij maar ook op bestuurlijk niveau, bijvoorbeeld binnen een gemeenteraad. Het is daarom belangrijk om vanaf het begin aan de slag te gaan met het creëren van draagvlak binnen de eigen organisatie. Essentieel daarbij is, om vanaf de start met alle interne stakeholders een open gesprek aan te gaan over de ambities. Op die manier zorg je dat de neuzen dezelfde kant op staan en dat je samen tot een plan komt dat collectief omarmt kan worden. Je hebt daarin een combinatie van idealisten en realisten nodig, idealisten als aanjagers en realisten als pragmatische plannenmakers/uitvoerders.”

Foto Caroline van der Kooi
Foto: Caroline van der Kooi

Caroline: “Capaciteit is ook iets wat niet onderschat moet worden in het proces. De energietransitie is een omvangrijk thema, dat vraagt om voldoende capaciteit binnen gemeentes, provincies en waterschappen. Dus, bij het formuleren van concrete plannen en oplossingen maak ook ruimte beschikbaar in personeel en tijd. De energietransitie naar duurzame energie is veelal voor overheden een nieuw onderwerp, dat bovenop het bestaande takenpakket komt. Het kan dus moeilijk zijn om mensen met kennis en ervaring te vinden, terwijl die ervaring heel belangrijk is. Denk daarom goed na over hoeveel ervaring er in huis beschikbaar is rondom de opgave, en of er wellicht ook ervaring van buitenaf nodig is. Daarnaast is het goed om, naast verduurzaming, te kijken naar de andere ambities van de gemeente. Interveniëren die plannen met elkaar en hoe ga je daarmee om? Dit vraagt om een goede afstemming tussen verschillende portefeuilles binnen een organisatie.”

“Je hebt daarin een combinatie van idealisten en realisten nodig, idealisten als aanjagers en realisten als pragmatische plannenmakers/uitvoerders.”

Waar loop je in de praktijk tegenaan bij het organiseren van de concrete oplossingen?

Foto Tessa van de Beld
Foto: Tessa van de Beld

Tessa: “Wat het soms lastig maakt is dat de techniek zich blijft ontwikkelen. Wij weten nu niet welke technische mogelijkheden er over 10 jaar zijn, dat zorgt voor onzekerheid maar mag niet leiden tot besluiteloosheid. In Hilversum hebben we ons daarom gericht op het nemen van de best mogelijke ‘no regrets’ maatregelen. Dat wil zeggen dat wij gebruik maken van technieken van deze tijd die flexibiliteit bieden naar de toekomst toe. Zo hebben wij besloten in Hilversum de wijk eerst aardgasvrij klaar te maken om vervolgens over te gaan naar het daadwerkelijk aardgasvrij maken. Op die manier proberen we pragmatisch en flexibel te werk te gaan. De praktijk laat zien dat het thema energietransitie vooral een organisatiekundig vraagstuk is, en in mindere mate een technisch vraagstuk.”

“De praktijk laat zien dat het thema energietransitie vooral een organisatiekundig vraagstuk is, en in mindere mate een technisch vraagstuk.”

Kun je toelichten wat je bedoelt met een ‘organisatiekundig’ vraagstuk?

Tessa: “Dat zit hem erin dat het soms moeilijk kan zijn om draagvlak en legitimiteit te creëren voor de uit te voeren plannen. Niet alleen het eerdergenoemde draagvlak binnen de organisatie is nodig, maar ook het maatschappelijk draagvlak en de steun van externe stakeholders zijn van belang. In ons geval waren dit bijvoorbeeld netbeheerders en woningcorporaties. Het wordt heel moeilijk om plannen te realiseren als er geen sprake is van draagvlak en legitimiteit, ook al is het plan nog zo perfect en waterdicht. Dat draagvlak, intern en extern, moet goed georganiseerd worden.”

“Hoe zorg je ervoor dat je voldoende legitimiteit en acceptatie krijgt voor uit te voeren plannen?”

Hoe kan je maatschappelijk draagvlak creëren?

Rob: “Het ontwikkelen van maatschappelijk draagvlak heeft tijd nodig, moet groeien en actief onderhouden worden. Houd het vraagstuk eenvoudig en duidelijk en ga aan de gang met dingen die iedereen begrijpt. Op die manier wordt het thema energietransitie en worden de specifieke plannen toegankelijker en zullen mensen het eerder omarmen. Wij zijn bijvoorbeeld aan de slag gegaan met energiecoaches in de wijk en hebben initiatieven van onderaf gestimuleerd en gesteund.”

Caroline: “Dat je met weerstand te maken gaat krijgen is iets onontkoombaars, dus sta hier ook bij stil en wees proactief in het bedenken van oplossingen hiervoor. Er is voldoende steun voor het thema energietransitie, maar deze kan als sneeuw voor de zon verdwijnen als de concrete plannen hiervoor mogelijke ‘downsides’ hebben voor de maatschappij of een specifieke groep. Hoe zorg je ervoor dat je voldoende legitimiteit en acceptatie krijgt voor uit te voeren plannen? Wanneer moet je in gesprek gaan met groepen en wanneer moet je bestuurlijke moed tonen bij keuzes die gemaakt worden in het algemeen belang? Dit zijn vragen waar je ten alle tijden goed over na moet denken en mee moet dealen.”

Vragen en meer informatie