In vier stappen naar een uitstootvrije bouwplaats

| | |

Schoon en emissieloos bouwen: dat is waar het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) naartoe wil en waarvoor zij het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen hebben ondertekend. In 2030…

Schoon en emissieloos bouwen: dat is waar het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) naartoe wil en waarvoor zij het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen hebben ondertekend.

In 2030 moet minimaal 80 procent van de bouwprojecten van het Rijksvastgoedbedrijf (bijna) geheel zonder uitstoot zijn. Dit staat in het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen. ‘Als je nu in bouwmachines investeert, zet dan in op zero emissie.’ Op bouwplaatsen draaien nu nog veel dieselmotoren. Dat moet anders. Het RVB wil in nauwe samenwerking met marktpartijen in stappen naar een bijna emissieloze bouwplaats. Op die manier lijden de natuur, het klimaat en de gezondheid minder onder de uitstoot van stikstof, CO2 en fijnstof.

Schoon en Emissieloos Bouwen

in vier stappen naar een uitstootvrije bouwplaats
Beeld: RVB/Erik Jansen

Het RVB staat niet alleen in deze overstap naar zero emissie. Het RVB, ProRail, Rijkswaterstaat, marktpartijen en brancheorganisaties hebben op 30 oktober 2023 het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen ondertekend. ‘Wij vinden het belangrijk als publieke opdrachtgever om koploper te zijn en het goede voorbeeld geven’, zegt Noah Baars, programmamanager Schoon en Emissieloos Bouwen van het RVB.
Er is een Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen opgesteld voor de overgang naar zero emissie. Het terugdringen van de uitstoot gaat in vier stappen. En op twee snelheden: er is voor bouwprojecten van het RVB een basisniveau en een koploperniveau. In de eerste periode die tot eind 2024 loopt, maken de koploperprojecten 5 tot 10 procent uit van het geheel. Dat loopt na 2024 op naar 25 procent, vervolgens naar 60 procent en vanaf 2030 moet het koploperaandeel 80 procent zijn. Dan is het koploperniveau feitelijk de norm geworden.

Wat houdt het koploperniveau precies in?

Niet alle bouwmachines kunnen van de ene op de andere dag elektrisch zijn. Kleine machines kunnen zonder veel moeite van de diesel af. ‘En langzaam maar zeker gebeurt dat ook voor het middelzware materieel. Dan kun je denken aan graafmachines, mobiele kranen en vaste kranen. Het probleem is niet zo zeer de techniek, zo bleek uit de marktconsultatie die we vorig jaar hebben gehouden. De beschikbaarheid van Zero Emissie bouwmachines kan een bottleneck zijn. Op dit moment zijn er nog niet overal genoeg zero emissie-alternatieven van beschikbaar’, zegt Baars.
Er moet dus meer zero emissie-materieel komen. ‘Met de Routekaart willen we als overheid duidelijkheid geven aan de markt. De stip op de horizon is dat we naar een schonere bouwplaats gaan met steeds minder emissies. Onze boodschap voor bedrijven is: als je nu gaat investeren in bouwmachines zet dan in op zero emissie. Want dat gaat steeds meer geëist worden in de aanbestedingen.’

Steeds meer schone draaiuren

En voor de koploperprojecten worden de eisen voor de machines op de bouwplaats telkens hoger. Nu hoeft nog maar 10 tot 30 procent van de draaiuren zonder emissies te zijn. Vanaf 1 januari 2025 loopt dat aandeel op naar minimaal 30 procent. Drie jaar later moet het tussen de 70 en 90 procent liggen. En vanaf 2030 is dat 90 tot 100 procent. Overigens ligt de lat voor emissieloos bouwen nabij Natura 2000 vanwege stikstofregels nu al vrij hoog. Naast de bouwmachines is er ook een route uitgezet voor het bouwverkeer. Met als einddoel dat vanaf 2030 alle bestelauto’s en lichte vrachtwagens en zelfs de zware vrachtwagens zero emissie zijn.

De overheid helpt

Het bedrijfsleven staat er niet alleen voor. In de aanbestedingen zal het RVB rekening houden met de hogere kosten voor elektrisch materieel. En er zijn subsidieregelingen voor de transitie naar zero emissie. Baars: ‘Ook ontwerpers hebben een taak om na te denken over emissies. Beton veroorzaakt veel emissies. Maar niet alles hoeft van beton te zijn. Het RVB kan in het ontwerp streven naar lichtere materialen en modulaire prefab elementen die je met weinig draaiuren van bouwmachines op de bouwplaats in elkaar kunt zetten.’
En er is nog een taak voor het RVB als opdrachtgever. ‘Netcongestie is een uitdaging. Wij moeten als opdrachtgever zorgen dat er voldoende stroom beschikbaar is. Wij weten welke projecten er aan komen en we moeten die informatie zo vroeg mogelijk delen met de netbeheerders. We zullen daarin ook nauw samenwerken met bouwbedrijven om creatieve oplossingen te bedenken.’
Hoe het ook precies zal lopen: de uitstoot op de bouwplaats zal wat Baars betreft snel dalen de komende jaren. ‘We doen het duurzaam of we doen het niet.’

  • De originele versie van dit artikel is gepubliceerd door het Rijksvastgoedbedrijf, kennispartner van PPS Netwerk Nederland. Meer informatie over dit project leest u via deze link hier >>.
  • Uw overige vragen en opmerkingen kunt u richten aan secretariaat@ppsnetwerk.nl