Loopstromen: Theorie & Praktijk

| |

Voetgangersstromen in goede banen leiden, zeker op drukke publieke knooppunten waar veel voetgangers samenkomen, is niet altijd even makkelijk. Ondanks dat voetgangers een hoge mate…

Voetgangersstromen in goede banen leiden, zeker op drukke publieke knooppunten waar veel voetgangers samenkomen, is niet altijd even makkelijk. Ondanks dat voetgangers een hoge mate van zelforganisatie laten zien, blijkt uit voorbeelden (zoals de paniekuitbraak in 2010 tijdens het festival ‘Loveparade’ in Duisburg) dat er duidelijk grenzen zitten aan die zelforganisatie. Dit soort onveilige situaties moet natuurlijk voorkomen worden. Voor loopstromen geldt gelukkig: meten is weten. Doorstroom- of transferknelpunten kunnen nauwkeurig bekeken en gemeten worden om zo te komen tot oplossingen die mensenmassa’s beter laten dirigeren. Informatie uit analyses en simulaties kan op die manier vertaald worden in concrete adviezen en maatregelen. BouwRegieNetwerk organiseerde op 18 februari het seminar ‘Loopstromen’ in Amsterdam. Sprekers van de TU Delft, Prorail en NS vertelden over de theorie en praktijk van voetgangerstromen. Dit is een verslag van de belangrijkste conclusies.

Harry Sterk (BouwRegieNetwerk) en Eelco Thiellier (NPC/Royal Haskoning DHV) openden de middag. “Of je nou in een stad woont of in een klein dorp, of je een auto hebt of altijd de bus of trein neemt, op bepaalde momenten van de dag is iedereen voetganger. Bekend is wat de ingrediënten voor tevreden voetgangers zijn, namelijk: veiligheid, comfort, goede doorstroming, een prettig verblijf en (als het even kan) een bijzondere beleving. Maar hoe organiseer je dit? En hoe voorkom je drukte en opstoppingen en zorg je voor een veilige, snelle en comfortabele doorstroming van mensenmassa’s? Andere vragen binnen dit thema zijn: waar hang je bewegwijzeringsbordjes het slimst op? Of waar plaats je een servicebalie? Het is goed om te weten dat er oplossingen beschikbaar zijn die bestaande situaties optimaliseren of die de beste uitgangspunten kunnen bepalen voor ontwerp van nieuwbouw en herontwikkeling. Met metingen en simulaties ontstaat vaak veel inzicht die leidt tot het maken van betere en gegronde beslissingen.”

Serge Hoogendoorn (Professor Transport & Planning, TU Delft) gaf in een uur een ‘crash crouse’ loopstroom-theorie: “1 van de redenen om loopstromen te onderzoeken zijn de bedevaartstochten in Mekka. In onvoorstelbaar grote getalen lopen daar mensen 7 keer in het rond. En dat is niet altijd even veilig, maar zeker inspirerend. Is voorspellen van loopstromen een illusie? We proberen het in ieder geval wel en komen aardig in de buurt met ontwikkelde methoden. Om veiligheid te kunnen garanderen moet je namelijk proberen loopstromen zo goed mogelijk te begrijpen. Bijzonder is dat voetgangersstromen eigenlijk ontzettend efficiënt zijn. Dynamische loopstroken ontstaan eigenlijk als vanzelf, zo blijkt uit onderzoek en simulaties. Voetgangers kiezen de weg van de minste weerstand en dat heeft als gevolg dat er nauwelijks verschil is tussen de efficiëntie van 1 of zelfs 2-richtingsstromen. Zelfs kruisstromen organiseren zich vanzelf. Het punt is alleen dat dit niet oneindig goed blijft gaan. Als het te druk wordt, gaat het verkeerd. Wat er dan ontstaat noemen we het Faster = Slower Effect. Hoe drukker het wordt, hoe slechter de zelforganisatie. Fysiek contact leidt tot het geven van kleine duwtjes aan elkaar. Die worden doorgegeven en zo enorm versterkt. De druk loopt op en kan resulteren in verdrukking. Dat wil je voor kunnen zijn. De heilige graal is voor ons om op korte termijn te kunnen voorspellen hoe loopstromen zich ontwikkelen. We hebben nu aardig wat kennis opgebouwd en de modellen zijn oke. Maar een kleine waarschuwing is op zijn plaats. De modellen zijn super bruikbaar, maar niet de waarheid. Gebruik de modellen dus verstandig, want er blijft altijd een stukje onzekerheid. Waarom kiest iemand route x en niet y? Dat is ook afhankelijk van context en cultuur.”

Lee Verhoeff (planontwikkelaar, Prorail) is sinds 2000 betrokken bij de beoordeling van loopstromen en het ontwerp van stations. Vanuit zijn huidige functie is hij onder andere verantwoordelijk voor de transfer van passagiers op station Amsterdam Centraal. “Amsterdam Centraal station is in 1889 opgeleverd. De dagelijkse forens van Utrecht naar Amsterdam zoals we die nu kennen, bestond toen nog niet. Treinreizigers gingen echt ‘op reis’, zoals we nu doen met het vliegtuig. Wat er nu per uur aan treinen binnenrijdt op Amsterdam Centraal, ging er toen per dag. Op dit moment is er sprake van enkele knelpunten op dit monumentale station, terwijl er verwacht wordt dat het aantal reizigers de komende jaren alleen maar zal toenemen. Daarom worden nu de perrons verbreed. De middensporen zullen verdwijnen om plaats te maken voor 3 meter extra perron. Ook de oost-tunnel (die op zichzelf alleen al qua aantal reizigers meetelt als top-10 station in Nederland) wordt verbreed. Dat is echt nodig om mensen de ruimte te geven. Ook op Amsterdam Centraal werken modellen redelijk goed, maar ze zijn niet de waarheid. Hoe mensen zich uiteindelijk gedragen als voetganger hangt echt af van individuen. Heterogeniteit van de voetgangersstroom zorgt ook voor een minder soepele doorstroming. Op Amsterdam Centraal is ongeveer 30% van de reizigers onbekend met het station. Dat maakt veel uit. Reizigers met koffers gedragen zich ook weer anders dan de ‘gewone forens’. Het is wel te beïnvloeden. De ingaande OV-poortjes zijn bijvoorbeeld bewust aan de zijkanten geplaatst (en de uitgaande dus in het midden) om zo het publiek te begeleiden. Met een stresstest die we hebben uitgevoerd bleek dat dit goed blijft gaan en we geen opstoppingen ontstaan. Ook de winkels zijn aangepast en hebben een stop-and-go indeling om doorstroming zo goed mogelijk te laten verlopen.”

André van Egteren (Programmamanager OVCP, NS Reizigers) sloot de middag af met een pleidooi voor positief leiderschap. Van Egteren houdt zich op dit moment bezig met het BTS-project: Beheerste Toegang Stations. Op 82 stations in Nederland worden de OV-chipkaart-poortjes gesloten en dat is ingewikkelder dan het lijkt. Het begint al met de vraag: waar ze je de poortjes neer? Maar vooral: wat zijn de consequenties van het sluiten ervan? Staan de kaartautomaten wel op de juiste plek (namelijk: buiten de poortjes) en klopt de bewegwijzering? Waar is de noodknop, waar hangen camera’s, hoe zit het met de bereikbaarheid van de winkels? Elk aspect heeft vaak een andere eigenaar, dus hoe is dit te beheersen? Wat doet een onverwachts event met je projectstructuur? “Projectmanagement gaat over grip op het proces en voorspelbaarheid,” stelt van Egteren. “Maar bij dit soort projecten is voorspelbaarheid een illusie. Dat is een gevolg van veranderende wensen van betrokkenomgevingen, veranderende omgevingen, tegenstrijdige verwachtingen en onverwachte events. Dat noemen we ‘OEPS’: Onverwachte Events in de Project Structuur. Dan is vooral positief leiderschap nodig. Koersvast zijn is hierbij van belang. Ja, je maakt een mooi plan, maar de praktijk loopt vaak heel erg anders. Verzin er maar wat op en maak daarin dan vooral gebruik van de krachten in je team.”

Heeft u nog vragen of opmerkingen over dit seminar of algemeen over het thema ‘loopstromen’? Neem dan gerust contact op met BouwRegieNetwerk via info@bouwregienetwerk.nl of 030-3039762 en dan kijken we hoe we u verder kunnen helpen.

Vanuit de aanwezige partijen zijn verschillende verzoeken bij ons gedaan voor een inhoudelijke vervolgworkshop rondom specifieke vragen binnen dit thema. Heeft u zelf bijvoorbeeld ook een concrete vraag over het in kaart brengen van loopstromen in een ruimte of (winkel)gebied, of zoiets dergelijks? Laat het ons weten, dan nemen we uw praktijkvragen mee in de workshop over loopstromen!  

BouwRegieNetwerk, donderdag 18 februari 2016