Nederlandse ESCo-Markt wacht nog op bloei

| |

De Nederlandse markt voor energy service companies (Esco’s) is een opkomende markt in vergelijking met de andere leden van de Europese Unie. Dat blijkt uit…

DEN HAAG (Energeia) – De Nederlandse markt voor energy service companies (Esco’s) is een opkomende markt in vergelijking met de andere leden van de Europese Unie. Dat blijkt uit een onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Het Esco-model is nog altijd niet doorgebroken, al stijgt de lijn gestaag. Het idee is elegant: een bedrijf besteedt de energiehuishouding uit aan een ander bedrijf, een energy services company. De zogenoemde Esco renoveert, verbouwt en verduurzaamt het gebouw en ontvangt in ruil daarvoor gedurende een periode het bedrag dat wordt bespaard op de energierekening. “We staan voor zo’n grote uitdaging voor het realiseren van energiebesparing in de gebouwde omgeving dat ik me wel eens afvraag: waarom is dit nog niet de standaard? Dan zouden we meters kunnen maken”, zei Esco Netwerk-voorzitter Jacqueline Cramer in 2015 tegen Energeia.

Nu heeft de RVO de Esco-markt geanalyseerd voor het Europese Guarantee-project dat wordt gefinancierd vanuit het Horizon2020-programma, en komt tot ruwweg dezelfde conclusie: de mogelijkheden zijn er, de potentie is groot en de groei “hoopvol”. Maar van een definitieve doorbraak is nog geen sprake. Het onderzoek telt 57 Esco-projecten in de RVO-database, en de onderzoekers veronderstellen dat die zo’n 80% van de markt uitmaken -kleinere projecten, die zich slechts op één aspect van de energievoorziening richten zoals verlichting, zijn niet meegenomen. 23 van deze projecten was publiek, 14 was privaat (residentiële projecten, die zowel publiek als privaat kunnen zijn, werden weggelaten).

Dan de pluspunten van de Nederlandse Esco-markt: De politieke aandacht en de ambities voor energiebesparing en -efficiëntie in de gebouwde omgeving door het Energieakkoord is goed voor het Esco-model. Ook zijn er tal van subsidiepotjes en regelingen waaruit kan worden geput, zoals de energieinvesteringsaftrek (EIA) en investeringssubsidie duurzame energie (ISDE). En ook de verplichtende kant is goed verzorgd, met de Wet Milieubeheer die energiebesparende investeringen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend, verplicht stelt, en de nieuwe bouwnormen die in 2020 van kracht worden.

Waarom dan toch nog die aarzeling? In het kort: onbekend maakt onbemind. Het Esco-model is redelijk complex, met een lange tenderperiode en hoge aanloopkosten. In de industrie zijn Esco-contracten vaak maatwerk, waardoor er geen algemene proposities worden ontwikkeld. Er is te weinig kennis bij de contracterende partijen, op dit moment vaak lagere overheden, en daardoor huiver om zich op een nieuw pad te begeven. En er is, bij diezelfde lagere overheden, ook wantrouwen jegens de markt. Terwijl de ESCo-route / integrale aanpak op basis van prestatiecontracten en partnerships wel enorme meerwaarde met zich meebrengt.

Succesverhalen uit buurlanden, focus op CO2-reductie en de nadruk op verbetering van het comfort ziet de RVO als mogelijkheden om Esco’s over de drempel van opkomende naar bloeiende markt te krijgen.

ESCoNetwerk.nl, 6 februari 2017

Dit is een artikel van Katrijn de Ronde, verschenen op 2 februari in Energeia. Klik hier voor het artikel op Energeia.