Opdrachtgevers zijn zich van veel laaghangend fruit niet eens bewust: Hoe komen decentrale overheden van visie naar uitrol?

| |

Tijdens de ESCoNetwerk-bijeenkomst ‘Van Visie Naar Uitrol’ op 11 februari deelden de sprekers van ECN, de NLII (Nederlandse Investeringsinstelling), Gemeente Borne en Balance hun kijk…

Tijdens de ESCoNetwerk-bijeenkomst ‘Van Visie Naar Uitrol’ op 11 februari deelden de sprekers van ECN, de NLII (Nederlandse Investeringsinstelling), Gemeente Borne en Balance hun kijk op hoe decentrale overheden hun energietransitie nu daadwerkelijk kunnen versnellen. 1 ding is duidelijk: er moet begonnen worden en dat lukt het beste met de ‘vitale’ projecten. Een ESCo is geen wondermiddel om kapotte projecten opeens succesvol te maken, maar, zo blijkt, opdrachtgevers zijn zich van veel laaghangend fruit niet eens bewust. Met kleine ingrepen kan al flink energie worden bespaard. Potentieel dat nu te vaak nog blijft liggen. Waar ligt dat potentieel dan? En hoe nu echt grote slagen maken?

“In andere landen is het al heel gebruikelijk om op grotere schaal te denken en met standaardcontracten te werken”, zegt Marijke Menkveld (ECN). “Zo zijn er in Duitsland met 26 EPC-projecten 1400 publieke gebouwen verduurzaamd, met een gemiddelde energiebesparing van 25%. En in Noorwegen wordt volgens standaardcontracten gewerkt. Nu heerst er in Nederland overigens wel het misverstand dat er hier nog nauwelijks ESCo/EPC-projecten zijn. Dat is zeker niet waar, maar het blijft wel bij die losse projecten. Terwijl het veel slimmer zou zijn als ook Nederland tot guidelines en templates komt voor tenderdocumentatie en contracten. En vooral gaat denken in programma’s, zoals in Duitsland ook gebeurt. Dus niet 1 gebouwtje, maar kijk naar welke gebouwen je hebt en ga bundelen. Kijk daarbij niet aleen naar je eigen vastgoed, maar ook naar dat van je buurgemeenten. Daar vallen vaak ook weer slimme combinaties te maken die uiteindelijk veel geld opleveren. En waarin we de versnelling zullen vinden waar we nu naar op zoek zijn.”

“In de praktijk blijkt dat veel projecten financieel niet uitkunnen, tenzij je ze opschaalt. Dan onstaan er mogelijkheden. En dat is ook precies wat de NLII (Nederlandse Investeringsinstelling) gaat doen”, aldus Ronald Pereboom (NLII). “Het doel van de NLII is financieringsmogelijkheden vergroten voor de lange termijn, aanvullend op bancaire financiering. Wij spitsen ons hierin toe op verschillende thema’s. Nederlandse scholen zijn daar 1 van. In het primair en voortgezet onderwijs is sprake van een grote achterstand als het gaat om onderhoud. Er ligt een groot verbeteringspotentieel voor de energieprestaties en het binnenklimaat van schoolgebouwen. Wij zijn nu met een aantal partijen bezig om een pilot te maken van grote omvang, waarbij we dus scholen gaan verduurzamen en projecten naar voren kunnen halen, dankzij extra financieringsmogelijkheden. Als opdrachtgever moeten gemeenten zich gaan organiseren. Als je ook je wat kleinere projecten wilt aanpakken, dan kies je niet voor 1 school, maar neem je je 20 scholen tegelijkertijd mee in 1 project.”

Verduurzaming opschalen is één ding. Die verduurzaming aanpakken op basis van een (energie)prestatiecontract is natuurlijk een tweede. Een opdrachtgever die inmiddels ervaring heeft opgedaan met deze niet-traditionele contractvorm is Adrie Tieman (Gemeente Borne). Hij is projectleider vanuit de gemeente voor de realisatie van voorzieningencluster De Veste, een pand met een school, kinderopvang en sportvoorzieningen. “De keuze voor een prestatiecontract leidde ertoe dat we met 1 contractpartij in zee gingen waarmee we alle zaken zouden regelen. Daarnaast hadden we duidelijkheid over de kosten (we hebben een plafondbedrag afgesproken en vervolgens een marktpartij geselecteerd op basis van kwaliteit) en daarbij komt dat het project binnen tijd en budget is opgeleverd met een meerwaarde van 10 tot 20%! De contractduur is 30 jaar. Dit lijkt lang, maar na 20 jaar zijn installaties weer afgeschreven, dus het is juist goed dat de contractpartij ook dan nog verantwoordelijk is. Omdat je een kwaliteitsniveau en een restwaarde afspreekt, kan de contractpartij niet de kantjes ervan af lopen. Mijn advies is om de gemeenteraad vroeg in het proces mee te nemen en ook op zo veel mogelijk momenten. Het instellen van een plafondbedrag is daarnaast slim om aanbieders echt alleen op kwaliteit te laten concurreren. Dit zorgt er voor dat je niet alleen krijgt wat je nodig hebt, maar voor dezelfde prijs ook vele extra’s en meerwaarde.”

“Gemeenten hebben een uitstralende werking”, start Harold Maasen (Balance) zijn verhaal. “Gemeenten willen zelf ook het goede voorbeeld geven, ondermeer met energiebesparing. Maar hoe kom je tot (nieuwe) oplossingen voor transitievraagstukken? Zorg er ten eerste voor dat je het energieverbruik per gebouw inzichtelijk hebt. En betrek ook alle betrokkenen vanaf het begin bij proces. Je kunt best klein beginnen met je aanpak. Met laaghangend fruit. Wat veel gebouweigenaren/gebruikers zich niet realiseren is dat ze al aanzienlijk veel energie kunnen besparen zonder te hoeven verbouwen. Alleen al door installaties wat beter af te stellen (meer op basis van daadwerkelijk gebruik), valt veel energie te besparen. In heel veel gebouwen in Nederland wordt bijvoorbeeld in het weekend gewoon verwarmd, terwijl er niemand is. Of verwarmingen slaan ’s ochtends aan, terwijl het hartje zomer is, waarna het koelingssysteem als een gek moet werken om de temperatuur (die inmiddels is opgelopen tot 24 graden) in het pand weer naar beneden te krijgen. Hoeft niet, maar het gebeurt overal. Dit soort simpele dingen leiden al gauw tot een energiebesparing van 30%. Doorgrond het gebouw, de installaties en het gebruik en kijk eens kritisch. Dit laaghangend fruit verdient zich razendsnel terug en is een slimme eerste kleine stap om van daaruit weer verder te gaan verduurzamen.”

Wilt u meer weten over dit onderwerp, heeft u een vraag aan 1 van de sprekers of een andere opmerking/vraag? Neem dan contact op met ESCoNetwerk.nl via info@esconetwerk.nl of 030-3039761.