Reflecties op de post-pandemie maatschappij: “we moeten verder kijken dan de komst van een vaccin”

|

Onze publicatie met 5 essentiële tips over hoe we in ‘coronatijden’ de bouw aan de praat houden, levert veel positieve reacties op. Dat resulteerde in…

Onze publicatie met 5 essentiële tips over hoe we in ‘coronatijden’ de bouw aan de praat houden, levert veel positieve reacties op. Dat resulteerde in de publicatie van een serie artikelen en de webinarreeks ‘houd de bouw in beweging’. Diverse opdrachtgevers (provincies, gemeentes, waterschappen, zorg- en onderwijsinstellingen), juristen en sectorexperts wisselen in deze reeksen praktijkervaringen uit over hoe zij invulling geven aan de overheidsmaatregelen om het coronavirus COVID-19 buiten de deur te houden. De directe maatschappelijke en economische gevolgen van dit virus zijn niet alleen ingrijpend voor de korte termijn. Analyses maken één ding duidelijk: het idee dat de effecten van deze crisis na de zomer van 2020 voorbij zullen zijn, kunnen we achter ons laten. Dat roept vragen op over de langetermijneffecten van de pandemie en de wijze waarop we ons daarna gaan organiseren. Wij vroegen Rinus Vader, leading professional en strategisch adviseur energietransitie bij Royal HaskoningDHV, naar zijn reflecties over de structurele impact van COVID-19 op het gedrag van mens, organisaties en productieketens.

Foto Rinus Vader RHDHV
Rinus Vader

“Deze pandemie biedt ons de kans om na te denken over ons gedrag en ons handelen vanuit vijf essentiële aspecten: zorghuisvesting, logistiek, productieketens en infrastructuur, klimaat en circulariteit.”

Zorghuisvesting

De impact van de pandemie daagt ons meer dan ooit uit na te denken over de essentie van het leven: wat geeft ons zin, waarmee geven we betekenis aan onszelf en bouwen we aan vertrouwen in elkaar en vooruitgang van onze leefomgeving? Bijvoorbeeld door om te zien naar onze naasten. Nu dat wordt bemoeilijkt door maatregelen om de verspreiding van het virus te beperken, is onze behoefte aan een betekenis gevend leven meer voelbaar. Denk aan het contact met de generatie die we hebben ondergebracht in seniorenhuisvesting. Door de huidige omstandigheden zijn we van hen afgesloten. Dat voelt niet goed. Niet alleen bij de jongere generaties ten aanzien van ouderen; ook de ouderen verliezen door het beperkte contact betekenis om verder te leven. De huidige beperkingen maken ons ervan bewust dat interactie tussen generaties kostbaar is. Dat zou invloed kunnen hebben op de wijze waarop we de huisvesting voor senioren en hulpbehoevenden organiseren. We zouden kunnen doordenken hoe we als samenleving meer gemengd kunnen leven – waardoor ouderen en jongeren over en weer, meer dan voorheen, betekenis kunnen geven aan elkaars bestaan. Dat zou samen kunnen vallen met de verduurzamingsopgave waar de zorghuisvesting voor staat.

Logistiek

De wijze waarop we de opvang van crises als gevolg van virussen, bacteriën, natuurrampen en dergelijke organiseren komt in het geding. Denk bijvoorbeeld aan de leveringszekerheid van hulpmiddelen en medicijnen. Die komen nu nogal eens van de andere kant van de wereld. Transport over afstanden en landsgrenzen die, juist als het er op aan komt, leiden tot risico’s op vertragingen en manco’s, waar we ons tot voor kort niet meer van bewust waren. Dat raakt de problematiek rond het wereldwijde gesleep van goederen als gevolg van de voortdurende zoektocht naar de laagste productiekosten. Overigens, een punt dat juist in de bouwwereld nauwelijks speelt. Deze sector gebruikt, op een paar technologische uitzonderingen na, van oudsher vooral nationaal geproduceerde bouwstoffen. We halen immers geen bakstenen of cement uit China. In de maakindustrie daarentegen komt veel van ver; de voedselproductie brengt veel naar ver. Voedsel wordt met vrachtwagens door Europa getransporteerd, waarvan je je kunt afvragen of het allemaal nodig is. Consumptiegoederen worden in grote hoeveelheden van en naar het verre Oosten en het Westen verscheept. Ook dat kan anders.

“Als het ons lukt productie en afzet onderling per continent te verbinden, zal dit invloed hebben op de inrichting van onze economie, havenfaciliteiten en logistieke centra.”

Productieketens en infrastructuur

We zijn er aan gewend dat de consument bepaalt wat hij wil hebben of beleven – en dat de producent daarvoor het voor hem goedkoopste productieproces organiseert en er grondstoffen voor betrekt op de wereldmarkt. Het is moeilijk om de consument ervan te overtuigen dat ‘goedkoop’ niet altijd duurzaam is voor mens, natuur en maatschappij. Daarom hoop ik dat overheden en fabrikanten naar aanleiding van de crisis na gaan denken over de wenselijkheid van deze orde.

Er lijkt ruimte te zijn gecreëerd voor een zekere herwaardering van leveringszekerheid en vlotte beschikbaarheid van goederen met een beperkte ‘footprint’. Die toenemende vraag naar lenige en duurzame productie en distributie kan de regionale maakindustrie en voedselproductie bevorderen. Wanneer fabrikanten en leveranciers hierop inspelen zijn we als samenleving in staat voortaan beter te reageren op onverwachte situaties. Het gaat hierbij ook om het doordenken van wat men als bedrijf zelf goed vindt, zodat de eigen handelwijze kan worden onderbouwd en uitgelegd. Ook deze trend zal impact hebben op de bouw van productiefaciliteiten, logistieke centra en infrastructuur.

Klimaat

We kunnen stellen dat de epidemieën van de laatste decennia zich steeds sneller over de wereld hebben verspreid. Het coronavirus kon zich zelfs binnen enkele maanden ontwikkelen tot een pandemie. Dat heeft te maken met de kwetsbaarheid en openheid van de wereldgemeenschap. Die kwetsbaarheid wordt versterkt door sterk toegenomen verplaatsingen en concentraties van mens en dier. Je zou je kunnen voorstellen dat daar op enigerlij wijze een reflectie op komt. Dat we vanwege de gezondheidsrisico’s ingetogener worden ten aanzien van intercontinentale reizen, cruises en mega-evenementen.

“De bijvangst van zo’n verandering in reis- en vermaakgedrag is het positief effect op het klimaat en het authenthieke van het werelderfgoed.”

Circulariteit

We geven nu noodhulp aan bedrijven, die wordt ingezet voor het opvangen van salarissen van werknemers die tijdelijk geen werk of inkomen hebben. Daarnaast komt steun op gang aan bedrijven en instanties zoals fabrikanten en vliegmaatschappijen, ter compensatie van de overige vaste kosten waar nu geen inkomsten tegenover staan. Hier ontstaat de mogelijkheid om als overheid aan steun handhaafbare eisen te verbinden, waarmee deze bedrijven zich beter zullen toerusten op de tijd die komt. Zodat ze zich na de crisis als een verbeterde versie van zichzelf herstellen – in plaats van een duplicaat van hun verleden. Dit is in lijn met Eurocommissaris Frans Timmermans die constateerde dat we tot de crisis te maken hadden met een CO2-uitstotende en grondstoffen verslindende economie, waarin we de aarde uitputten en maar met moeite onze welvaart overeind konden houden. Dat vraagt om een transitie naar een economie die circulair en klimaatneutraal is ingericht. Een economie die uiteindelijk veel meer dan voorheen op structurele basis breed voorziet in werkgelegenheid, betaalbare gezondheid en welzijn voor iedereen.

Ook hierbij gaat het er vooral niet om of men zich laat leiden door wat de overheid in akkoorden of voorwaarden voorschrijft. Het gaat om het zich laten leiden door wat men zelf goed vindt voor alle betrokkenen – en dat aan anderen kunnen uitleggen.

“Dat kan door zelf maatregelen te nemen en waar nodig voorwaarden te stellen aan verleende steun. Een voorbeeldconditie zou kunnen zijn circulaire en humane wederopbouw van de productie en distributie van voedsel, goederen, diensten en zorghuisvesting. Vervolgens kunnen we ons vastgoed en transportsysteem daar duurzaam op af te stemmen.”

 Vragen en meer informatie: