Stationsgebieden tot bloei brengen: Van overstapplaats naar aantrekkelijke hotspot met positieve spinoffs voor de gehele omgeving

| |

Nederlandse Stationsgebieden ondergaan een ware transformatie en krijgen een nieuwe status. Stations worden opnieuw hoog gewaardeerd als belangrijke entree van een stad. Het ontwikkelen van…

Nederlandse Stationsgebieden ondergaan een ware transformatie en krijgen een nieuwe status. Stations worden opnieuw hoog gewaardeerd als belangrijke entree van een stad. Het ontwikkelen van een stationsgebied is misschien nog niet zo’n makkelijke opgave, maar absoluut de moeite waard vanwege de spinoffs die een aantrekkelijk stationsgebied heeft op haar omgeving. Op veel plaatsen in Nederland vertalen publieke investeringen in spoor en station zich echter nog onvoldoende in rendement voor reiziger, stad en markt. Omtrent de vraag hoe een stationsgebied succesvol kan worden aangepakt, organiseerde BouwRegieNetwerk 24 september een praktijkseminar, waarbij de praktijkvoorbeelden Utrecht Centraal en Den Haag Centraal in de spotlight werden geplaatst. Onder de 55 deelnemers bevonden zich vooral veel gemeenten, afkomstig uit het hele land (o.a. Den Haag, Roermond, Weesp, Zaanstad, Naarden, Bussum, Groningen, Eindhoven, Harderwijk, Leiden, Almere en Utrecht).

Waarom is NU hét moment? En hoe ziet dat ideale stationsgebied eruit? Op deze vragen ging Mieke Verschoor (stationsontwikkelaar, NS Stations) in. “Nederland investeert momenteel miljarden in stations en het aantal gebruikers van stations neemt fors toe. Ook de vraag naar stedelijke woonmilieus groeit en het is slim om bestaande infrastructuur en voorzieningen goed te benutten. De eerste van de 8 gouden regels van NS voor ‘het ideale stationsgebied’ is dat het functies mengt voor een levendig gebied. Niet alleen is er een station, ook horeca en andere faciliteiten zijn in de buurt te vinden. Een ideaal stationsgebied gebruikt bovendien wat er al staat, zodat leegstand minimaal is. Een ideaal stationsgebied biedt oriëntatie aan de reiziger (houdt rekening met loop- en fietsstromen) en verweeft vloeiend stedelijke programma’s (wonen versus werken bijvoorbeeld). Het ideale stationsgebied maakt het leven makkelijker en efficiënter (met dagelijkse voorzieningen) en versterkt de concurrentiekracht van de directe omgeving. Tot slot erkent het ideale stationsgebied haar rol als ‘publiek domein’ van de stad en het is de trots van iedereen. De 8 gouden regels zijn zo opgebouwd da het er in de basis om gaat het dat de omgeving veilig en functioneel is. Daarna komen de voorzieningen en de beleving van mensen. Wij willen vanuit de NS ons enthousiasme voor het stationsgebied onder de aandacht brengen en onze kennis delen. Wij geloven in de kracht van het stationsgebied en helpen daarom graag bij uw stationsvragen. Want niemand kan dit alleen!”

Hoe de herontwikkeling van een groot stationsgebied er in de praktijk aan toe gaat, daarover spraken de ervaringsdeskundigen van het project Den Haag Centraal (Richard Folkers van Prorail met Marc van den Berg van Grontmij) en van het project Utrecht Centraal (Simon Roozen van de gemeente Utrecht met Rutger Siderius van Procap).

Den Haag Centraal: Samenwerking als uitgangspunt
De bouw van het nieuwe Den Haag Centraal begon in 2011 en is naar verwachting eind 2015 klaar. “De grootste uitdaging in Den Haag is toch wel het ‘bouwen met de winkel open”, aldus Richard Folkers (Prorail). “Elke dag 190.000 bezoekers over de vloer, terwijl alle treinen, bussen en trams moeten blijven rijden en voorzieningen en winkels beschikbaar moeten blijven. Dan dus bouwen, maar tegelijkertijd ook veiligheid en comfort blijven garanderen. Niks staat stil. Communicatie is hierbij ontzettend belangrijk, want elke dag heb je 190.000 toezichthouders op het station lopen. Van dat principe hebben we gebruik gemaakt, want samen zie je meer. Daarom hebben wij bijvoorbeeld Twitter ingezet als project-servicebalie. Bijzonderheden werden direct gemeld, vragen gelijk beantwoord en het team kon direct actie ondernemen. Ook is er een website met achtergrondinformatie en plaatsen we regelmatig filmpjes op Youtube. Maak de omgeving dus onderdeel van het projectteam en zet nieuwe middelen op een slimme manier in.” Marc van den Berg (Grontmij) zoomt in op de samenwerking tussen partijen: “Bijzonder was dat ProRail en NS voor dit project op 1 kantoor zijn gaan zitten. Hierdoor was een snelle afstemming mogelijk, een goede samenwerking en konden misverstanden voorkomen worden. Samenwerking was echt ons uitgangspunt.”

Utrecht Centraal: Een nieuw centrum in de maak van station en binnenstad
Ook in Utrecht wordt flink gebouwd in het stationsgebied. Aanleidingen waren ondermeer de groei van de stad, een te kleinschalige binnenstad, ontoegankelijkheid van het station, verloedering van de omgeving en de hoeveelheid fietsen die gefaciliteerd moesten worden. Rutger Siderius (Procap) lichtte de casus van Utrecht toe: “Utrecht heeft zich uitgebreid richting het westen. De binnenstad ligt rechts van het station. Via het station willen we nu het westen aansluiten op het centrum. De historische binnenstad en het station vormen samen nu het centrum, waarbij de oude binnenstad wordt ontzien en haar historische karakter kan behouden. De gemeente heeft twee petten op, die van regisseur en van ontwikkelaar. De gemeente is daarnaast ook de motivator van duurzame maatregelen; het doel is om het stationsgebied in 2030 CO2-neutraal te laten zijn. Ook in Utrecht is het bouwen met de winkel open en dat vergt een goede omgevingsmanagement. Omdat je bouwt in beperkte fysieke ruimte is dat een flinke uitdaging. Je hebt daarbij ook te maken met gedrag van gebruikers, dat is niet altijd voorspelbaar. Ook het fietsparkeren blijft een uitdaging in Utrecht. Na fase 1 van het project kunnen er 22.000 fietsen worden gestald rondom Utrecht Centraal. Dan moeten bepalen hoe de handhaving wordt aangepakt. Het is een groots project, we zijn nog lang niet klaar, maar de twee deelgebieden vormen straks samen het centrum van Utrecht.

BouwRegieNetwerk, 25 september 2015