Uitrol warmtenetten: sneller en de laagste kosten

| | |

De weg om van klimaatambities naar concrete uitvoering te gaan, valt vele opdrachtgevers zwaar. Op zich logisch want de materie is behoorlijk complex. Die ‘ingewikkeldheid’…

De weg om van klimaatambities naar concrete uitvoering te gaan, valt vele opdrachtgevers zwaar. Op zich logisch want de materie is behoorlijk complex. Die ‘ingewikkeldheid’ heeft daarbij vaak minder betrekking op de techniek an sich maar vooral op de manier waarop je met de betrokken stakeholders een en ander optimaal organiseert. Inderdaad, de juiste technische oplossingen maar vooral dus ook met aandacht voor samenwerkingsvormen, het op een goede manier identificeren én betrekken van relevante stakeholders, communicatie, risicoverdelingen, en vanaf het begin af aan de focus op betaalbaarheid en financierbaarheid. We spraken hierover met Marjolein Dieperink die als partner/advocaat bij AKD als sectorspecialist betrokken is bij allerhande regulatoire, zakelijke, vastgoed en andere activiteiten rond energieprojecten. Daarnaast is ze universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waar ze haar cum laude doctoraat behaalde. De laatste tijd is ze geregeld betrokken bij initiatieven op het gebied van warmtenetten.

Foto Marjolein Dieperink
Foto: Marjolein Dieperink

Om bij warmtenetten te blijven: wat kom je tegen?

“Heel veel ambities, heel veel beweging en goede wil maar inderdaad overwegend een grote zoektocht naar ‘het goede model’, zoals je ook al in de inleiding stelt. De kneep zit ‘m daarbij vooral in de contractvormen, eigendom van de infrastructuur en de financiering. Hoe betaalbaar is de oplossing nu en wat zijn de verwachtingen (en risico’s) voor later? Denk daarbij ook aan de cruciale vraag voor de betrokken publieke partijen welke rol zij moeten, kunnen of willen innemen: Hoe en met wie ga je het project bouwen en financieren, voor hoe lang en onder welke voorwaarden? Hoe moet de overheid borgen dat zij geen private monopolist in het zadel helpt?  Daarbij komt dan nog een keer dat nieuwe wet- en regelgeving in aantocht is, dus dat helpt in die zin dan ook niet waarmee je al met al in een kip-ei situatie terecht komt”.

Afgezien van wet- en regelgeving: hoe komen we uit die kip-ei c.q. vertragings-modus?

“Probleem is uiteraard dat die wet- en regelgeving zich niet laat wegcijferen: ik ben jurist dus dat standpunt zal je niet verbazen. Echter, moeten we wel opletten dat we de wet- en regelgeving niet steeds gebruiken als hét excuus voor allerhande vertraging. Het is van belang om nu al goede projecten uit te rollen, die – als de wet- en regelgeving eenmaal op orde is – kunnen dienen als voorbeeld om door te pakken. Als ik namelijk mijn advocaten-pet afzet, zie ik toch ook regelmatig plannen die simpelweg in de basis al niet kloppen. Het klinkt wellicht logisch als ik stel dat eindafnemers, gemeenten, de marktpartijen en andere betrokkenen allemaal een eigen belang hebben, maar ondanks die logica blijkt dat een warmteproject niet altijd vanuit een helder inzicht in die deelbelangen én overkoepelende gemeenschappelijke belangen wordt opgezet. Als je plan wat dat betreft al niet klopt, moet je niet klagen dat het niet wil omdat de wet- en regelgeving niet aansluit. Maak nu eerst eens een goed en eerlijk plan!”

Hoe ziet het maken van ‘een goed plan’ er dan uit?

“Wees ultra helder over je ambitie en verander die niet steeds. Dus maak concreet wat je precies nodig hebt om die ambitie te bereiken en zorg er voor dat je dat vervolgens ook beleidsmatig realistisch insteekt. Ik zie heel vaak visiedocumenten met ronkende zinnen en prachtige vergezichten, maar een uitvoeringsstrategie ontbreekt. Bijvoorbeeld: hoe ga je ervoor zorgen dat de tegen de laagste kosten beschikbare (duurzame) warmte tegen de laagste maatschappelijke kosten wordt ingezet voor de verwarming van woningen en utiliteitsgebouwen? Wie neemt de regie? Wie draagt welk risico? Wie heeft het eigendom? En hoe bewaak je dan een eerlijke prijs voor warmte? Dus is het belangrijk om met elkaar klare taal te spreken over wat je nu echt concreet nastreeft.

Daarnaast is het essentieel dat die ambitie haalbaar, betaalbaar en financierbaar is. Je ziet nu al dat vele bestuurders zich achter de oren beginnen te krabben over de financiële en maatschappelijke impact van plannen, nu steeds duidelijker wordt wat de consequenties zijn van bepaalde ambities in volumes en de tijd die je jezelf daarvoor gunt.”

Hoe voorkom je irreële plannen?

“Haal alle relevante betrokken partijen er in een vroeg stadium bij. Niet alleen als het om het maken van plannen gaat maar liefst ook al bij het bepalen van beleid. Ik noem dan heel gemakkelijk ‘alle relevante betrokken partijen’ maar dat is uiteraard ook een stuk vakmanschap op zich. Wie zijn relevant, wie dienen betrokken te zijn en hoe ver ga je? Ik weet zeker dat als je deze vraag op diverse niveaus binnen -zeg- een stadskantoor stelt, je wezenlijk andere antwoorden krijgt. Het vooraf goed afvragen wat de setting en de samenstelling van je eigen projectteam moet zijn in combinatie met die van andere stakeholders zoals bewoners, waterschappen, financiers, bouwers, etc. en daarmee dus ook de manier waarop je elkaar gaat begrijpen qua verdien- en financieringsmodellen, risico’s, etc. is een must. Helaas wordt dit in de praktijk echter zwaar onderschat en daardoor deels achterwege gelaten. Dit moet veel eerder in het ontwikkelproces aan de orde komen. Een publieke partij gaat dan al met een redelijk vast plan voor wat betreft de realisatie en de uitrol van een ambitie, een rol innemen die wellicht helemaal niet goed past bij de casus. Alleen een transparant proces in deze levert volgens mij de beste technische, financiële én juridische mix op naar projectrealisatie. Let dus ook op dat we het hier niet over inkoopprocessen hebben waarbij je een leverancier wilt verleiden om voor de laagste prijs iets te leveren en vervolgens hem daaraan te houden via een streng contract maar over samenwerkingsafspraken. Besteed hier veel tijd aan en begin dan met een hanteerbaar project, bijvoorbeeld op wijkniveau voor een periode van 20 tot 30 jaar in plaats van een halve stad, zodat je ook -on the go’ kunt leren met elkaar en het project laat aansluiten bij andere ontwikkelingen (nieuwbouw, onderhoud ondergrondse infrastructuur, etc.). Dat daadwerkelijke starten zonder meteen enorme risico’s uit grote onbekendheden te laten ontstaan, is belangrijk want anders wordt het niet concreet en verliest iedereen in talloze praatcircuits -logisch- energie en aandacht”.

Dan blijft bij warmtenetten financierbaarheid en dergelijke nog steeds een heikel punt

“Dat klopt helemaal, zeker als je het bekijkt over de totale ambitie in Nederland per 2030. Je ziet trouwens in je vraag zelf dat juridische aspecten gaandeweg het gesprek steeds minder de echte obstakels blijken! Het principe van ‘horses for courses’ geldt: laat iedereen doen waar hij of zij goed in is. Zo zou een overheid moeten zorgen voor heldere procedures zodat iedereen weet waar hij aan toe is. De markt kan doorgaans goed een technisch product organiseren en leveren dus laat die schoenmaker dan ook bij die leest. Diezelfde discipline gebaseerd op vakinhoudelijkheid, geldt voor financiering. Ik zou er dus voor pleiten om dat ook bij de specialisten te houden. Met BNG [AKD – Discussion Paper: Investeringen in warmtenetten]  hebben wij bijvoorbeeld ook al een samenwerkingsmodel uitgedacht waarin publieke betrokkenheid gedurende het hele project is verzekerd, terwijl marktpartijen doen waar zij goed in zijn. Wij vinden dat dat in de wet moet worden opgenomen. Dan krijg je een projectfinancierbaar model, met borging van het publieke belang. Daarbij is vooraf bekend wat het deurbeleid is voor die projecten in de zin van welke eisen daaraan worden gesteld om voor financiering in aanmerking te komen. Dat lijkt dan misschien wat directief maar het verschaft wel helderheid vooraf. Je weet dan immers meteen hoe je je model moet modelleren in plaats van dat iedereen bij elk project het wiel gaat lopen uitvinden met dito vertraging, extra kosten en additionele risico’s inbegrepen. Je zou daarmee ook een wirwar van diverse rollen door overheden kunnen voorkomen. Je ziet nu al dat sommige publieke partijen ineens weer als nutsbedrijf willen optreden, andere vlaggen op dat concessiemodellen of netwerkmodellen wellicht beter werken. Zelf denk ik dat een PPS model goed zou passen, maar wat het ook wordt: laten we met elkaar voor meer uniformheid zorgen want naast de kosten lopen we anders sowieso vast in de tijd omdat elke alternatieve interpretatie op een andere variant tot een enorme inefficiency en dus tijdverlies gaat leiden waarmee klimaatambities mission impossibles worden.

Dan werken wij als ESCo/PPS Netwerk met AKD samen in een soort ‘clearing house’ voor warmtenetten

“Klopt en dat gaat dus op de korte termijn al helpen om voor de opdrachtgevers een deel van de organisatiewerkzaamheden te regelen. Denk bijvoorbeeld aan een groep stakeholders in een bepaald gebied zoals bewoners, waterschappen, de gemeente en noem maar op die allemaal een eigen belang maar ook eigen assets hebben in de vorm van geld, restwarmte, etc. Deze stakeholders kunnen we met elkaar in een entiteit samenbrengen. Zo’n entiteit zou als -zeg onafhankelijke stichting- een ontwikkelplan kunnen maken om daarmee tot het maatschappelijk beste project te komen om vervolgens die stakeholders als aandeelhouders rond dat ‘best plan’ te verzamelen als een onafhankelijke middle-man. Het alternatief is immers dat anders partijen een samenwerking proberen uit te denken die gebaseerd is op macht: wie heeft nu het geld, wie heeft nu de warmte, wie heeft nu het monopolie op distributie, wie durft als eerste te bewegen, etc.? Dat werkt dan wellicht op de korte termijn maar is op de langere termijn vaak funest voor de samenwerking en dus het project en uiteindelijk voor de betaalbaarheid van duurzame warmte.

Ons middelman-principe ziet dan toe op twee zaken: 1- zorgen dat je met elkaar het beste plan voor de gegeven situatie maakt en 2- meteen in het achterhoofd houden wat de eisen en wensen van de financiers zijn om een plan te maken dat niet alleen tegemoet komt aan de wensen van de stakeholders maar wat simpelweg ook financierbaar is. Als je van tevoren weet wat ook hier het ‘deurbeleid’ van de financier is, kun je daar natuurlijk meteen bij het maken van je basisplan rekening mee houden. Tenslotte ligt het hierbij ook voor de hand dat je transactiekosten wezenlijk gaan afnemen omdat je steeds gebruik kunt maken van dezelfde tooling zoals eenduidige due dilligences, financieringsconstructies, contracten en andere documentatie. Overigens bevordert dat laatste ook weer de transparantie en wellicht verhandelbaarheid van de projecten naar bijvoorbeeld beleggers, indien dat gewenst zou zijn”.

Wat is er voor nodig om warmtenetten zo verder handen en voeten te geven?

“Ik zou zeggen: meld je aan als gemeente, provincie, etc. bij ons/ PPS-Netwerk zodat we samen verenigd als ‘kopgroep’ de doelen en spelregels van het clearing house kunnen fine-tunen aan de hand van concrete opgaven/projecten! Daarbij kunnen we dan ook meteen kijken waar en hoe wellicht financiële opstarthulp georganiseerd kan worden. Te denken valt aan een klein fonds om die eerste fase -een haalbaar businesscase voor iedereen op de korte en lange termijn- met de stakeholders succesvol vorm te geven. Dat hoeft niet een gift te zijn maar zou kunnen in de vorm van een voorschot dat terug wordt betaald als de case gaat vliegen en dus die kosten onderdeel worden van de totale business case. Het lijkt me de enige manier om samen met meer snelheid en gedegenheid projecten te krijgen die betaalbaar voor de consument zijn. Daar gaat het tenslotte uiteindelijk allemaal om!”

Meld u aan om met uw warmtenetplan mee te doen aan de ‘kopgroep’

Masterclass Klimaatambities en Energietransitie op Gemeentelijk Niveau

op 24 juni 2021 organiseert PPS Netwerk Nederland de masterclass Klimaatambities en Energietransitie op Gemeentelijk Niveau. Marjolein Dieperink is één van de sprekers tijdens dit evenement en zal onder andere ingaan op de haalbaarheid en uitvoering van warmtenetten en plannen hiervoor.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelding