Verduurzamen bedrijventerreinen: Gezamenlijke aanpak op het gebied van energie kent vele ‘spin-offs’

| |

Bedrijventerreinen vormen een interessante groep als het gaat om het maken van grote sprongen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Een gezamenlijke aanpak waarin…

Bedrijventerreinen vormen een interessante groep als het gaat om het maken van grote sprongen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Een gezamenlijke aanpak waarin bijvoorbeeld restwarmte van andere gebruikers slim benut kan worden, waarmee schaal kan worden gecreëerd, waarmee transactiekosten omlaag kunnen worden gebracht en waardoor andere/slimmere financieringsvormen in beeld komen, biedt veel perspectief. Op 3 februari in het Bouwhuis te Zoetermeer, spraken deskundigen van TNO, APPM, Gemeente Zoetermeer en Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling over deze thematiek voor een breed publiek van gemeenten, provincies, parkmanagers, omgevingsdiensten en bedrijfseigenaren.

“Want juist ook bij bedrijven valt veel winst te behalen,” zo stelt Guus Mulder (TNO) in zijn presentatie. “Voor ondernemers is energie alleen slechts een middel en niet iets waarin echt geinvesteerd wordt. Ook al is er al 7 jaar een Wet Milieubeheer, daar wordt niet op gehandhaafd. Maar dat zit er toch wel echt aan te komen, dus de vrijblijvendheid verdwijnt. Dus hoe krijg je als bedrijventerrein dingen voor elkaar? Wat nu vaak mist is een programmatische aanpak; een georganiseerde actie waarin randvoorwaarden worden geschept, kennis wordt verzameld, om zo grootschalige acties te kunnen uitvoeren. Een gezamenlijke aanpak vergt organisatie en dat kan bijvoorbeeld heel goed met parkmanagement. Belangrijk is dat de businesscase voor iedere partij (voor ondernemers, voor de parkmanager en voor de leveranciers) positief is, anders gaat dit niet werken. Rondom de vraag hoe je een sluitende businesscase organiseert, is TNO (i.s.m. een aantal andere partijen) een project gestart waarmee we in de praktijk aan het toetsen zijn. Want een programma brengt versnelling en er moet iemand zijn die zo’n project kan trekken (idealiter de parkmanager) om de ondernemers te ontzorgen. Energie wordt nu weliswaar nog steeds goedkoper, maar laat dat geen excuus zijn, want zonnepanelen worden ook steeds goedkoper.”

Bart van de Velde (APPM) sprak over zijn kijk op en ervaringen met verduurzamen van bedrijventerreinen: “Als Nederland in 2050 energieneutraal wil zijn, dan moeten we nu echt andere oplossingen gaan bedenken. De noodzaak is aanwezig, want rondom energiekosten heerst onzekerheid (ze stijgen misschien niet, maar je hebt het ook niet in de hand), er gelden steeds strengere eisen en leegstand neemt toe. Dat terwijl er met verduurzaming juist grote kansen ontstaan voor bedrijventerreinen, zoals hogere vastgoedwaardes, betere verhuurbaarheid (minder leegstand), verbetering van softe factoren (zoals arbeidsproductiviteit en ziekteverzuim) en vooral versterking van het organiserend vermogen van een gebied. Energie is een redelijk eenvoudig thema om samen vast te pakken en leidt dankzij collectieve organisatie vaak tot veel meer verbeteringen op andere vlakken. Natuurlijk zijn er struikelblokken, maar die zijn te tackelen. Zo is een split incentive op te lossen door het creëren van een gedeeld belang, kun je onzekerheid tegengaan met prestatie-afspraken met leveranciers en kun je voorkomen dat het bij de ‘energiescan’ blijft steken, door vooraf al vervolgstappen te concretiseren. Het is trouwens een illusie om iedereen van een bedrijventerrein mee te krijgen. Je moet doorpakken met de partijen die wél willen en een constructie bedenken waarin zij ontzorgd worden, met een duidelijk verhaal en betrouwbare partner. Start met de snelle maatregelen, want pak je iets beet en maak je zo de eerste stap!”

Gezinsstad Zoetermeer heeft dan weliswaar niet zo’n groot aandeel bedrijfsgebouwen, maar dat betekent niet dat ze er niets mee hoeven te doen. Wethouder Robin Paalvast (Zoetermeer) vertelt over de wortel-en-stok-benadering van gemeente: “Zoetermeer streeft naar energieneutraal in 2040. Om dat te bereiken is de gemeente de wortel (met kleine bijdragen waar nodig en het aanjagen van bedrijven en inwoners) en de omgevingsdienst de stok (in het kader van de Wet Milieubeheer bedrijven helpen om maatregelen te nemen en zo aan de regels te voldoen). Qua snelheid vallen ontwikkelingen best tegen. Het kost veel tijd. Wij merken dat veel mensen bij duurzaamheid aan zonnepanelen denken, terwijl de verhouding voor energieneutraal voor woningen ligt op 80% isolatie en 20% opwekking. Dat zal voor bedrijven misschien iets anders liggen, vanwege meer stroomverbruik, maar ook daar ligt de verhouding wel anders dan veel mensen denken. We moeten natuurlijk zelf ook het goede voorbeeld geven, dus ons gemeentehuis wordt nu gerenoveerd van label G naar label A. Als er zich dan een natuurlijk moment aandient, moet je die ook gebruiken om het meteen echt goed te doen. Wat betreft het andere gemeentelijk vastgoed hebben we daarin ook nog zeker een slag te slaan, maar we zitten dus zeker niet stil!”

Eén van de belangrijkste voordelen van een gezamenlijke aanpak op een bedrijventerrein zit hem in het uitwisselen van energie (warmte/koude). Daarover sprak Ciska Hoogeveen (Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling): “Alliander is een netbeheerder, maar toen wij vragen kregen over lokale energieuitwisseling die wij niet konden beantwoorden, zijn we gaan zoeken naar antwoorden op deze nieuwe klantvraag. Wij willen open netten ontwikkelen. Smart Grids die in samenwerking worden gecreëerd met transparante businesscases waarvan bijvoorbeeld bedrijventerreinen natuurlijk partner en startpunt zijn. Ook kleinere ondernemers worden toegelaten. Er zijn al verschillende voorbeelden van netten waarmee restwarmte van de één, maximaal benut wordt door een ander. Zoals de Hermitage in Amsterdam die de warmte van de Hortus Botanicus goed kon gebruiken, en andersom voor de koude. Daar moeten veel meer voorbeelden van komen! Alliander DGO heeft hierom HEAT ontwikkeld, een simulatietool waarin je je in je eigen stad waant, zelf aan de knoppen kunt draaien en zo samen het optimum voor een warmtenet kunt bepalen. Dit levert binnen 1 dag een gezamenlijke gebiedsvisie op, wat in andere gevallen soms maanden kan duren. Bovendien ontstaat zo duidelijkheid over ieders verwachtingen en daarmee garantie op een succesvolle deal voor iedereen.”

Heeft u vragen over de sessie van 3 februari of over het verduurzamen van bedrijventerreinen in het algemeen? Of wilt u op de hoogte gehouden worden van een eventueel vervolg? Neem dan contact op met ons via <a href="mailto:info@esconetwerk.nl.“;>info@esconetwerk.nl._