Verduurzaming musea: duurzaamheid gaat over meer dan het verduurzamen van technische installaties en gebouwen

|

Interview met Ben Alen en Michiel van der Zee (Strukton Worksphere) Nederland zet zich meer dan ooit in voor een transitie naar een maatschappelijk verantwoord…

Interview met Ben Alen en Michiel van der Zee (Strukton Worksphere)

Nederland zet zich meer dan ooit in voor een transitie naar een maatschappelijk verantwoord en CO2-neutrale economie. Concreet resulteert dit in vragen m.b.t. duurzaam en circulair denken: variërend van hoe ga je om met energie verbruik en reductie van CO2-uitstoot tot aan het aantoonbaar maken van maatschappelijk verantwoord beleid in de uitvoering van kerntaken. Dit is een wettelijk én maatschappelijke verplichting die overheden en het bedrijfsleven bezighoudt, musea zijn hierop geen uitzondering. Krimpende overheidssubsidies, stijgende energielasten, wet- en regelgeving ten aanzien van CO2-uitstoot en consumenten die duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemerschap eisen zorgen voor een urgentie voor de museale sector om werk te maken van verduurzaming. Maar, hoe kunnen musea de verduurzaming van assets en bedrijfsvoering als kans benutten? Wat zijn showstoppers? Hoe kunnen duurzaamheidsambities gerealiseerd worden met een haalbare business case?

Hierover spraken wij met Ben Alen (account director) en Michiel van der Zee (klantmanager)  beiden werkzaam bij Strukton Worksphere en nauw betrokken bij de verduurzaming van het Van Gogh Museum.

Gebrek aan een template voor ‘duurzaamheid’

“Wij helpen het Van Gogh Museum op een slimme manier invulling te geven aan verduurzamingambities. Dit opende een zoektocht naar een nieuwe aanpak en oplossingen. Er zijn veel praktijkvoorbeelden die concreet laten zien hoe verduurzaming in termen van energiebesparing en CO2-reductie aangepakt kan worden. Dat maakt het relatief makkelijk om praktijkcases uit het verleden als blauwdruk te gebruiken voor nieuwe cases.

Echter, als het gaat om ‘duurzaamheid’ in het algemeen wordt het vraagstuk complexer omdat ‘duurzaamheid’ een erg breed begrip is:  de situatie is bij iedere partij anders en wordt anders benaderd. Er bestaan voorbeelden van partijen die een ‘duurzame’ bedrijfsvoering hebben, maar deze zijn vaak volledig organisatie-specifiek. Dat maakt het moeilijk te vertalen naar een andere omgeving of situatie – dit is één van de grootste uitdagingen waarmee we te maken hebben bij het Van Gogh Museum”, aldus Michiel.  Hij vervolgt: “Zo hebben we voor inspiratie het hoofdkantoor van Alliander in Duiven bezocht. Het gebouw is circulair verduurzaamd: alle materialen en grondstoffen uit het gebouw zijn zoveel mogelijk hergebruikt, een mooi en praktisch aansprekend voorbeeld. Echter, wat daar gedaan is, is in de situatie van het Van Gogh Museum niet toepasbaar vanwege het grote verschil in het soort gebouw (nieuw vs. oudbouw), de processen en procedures. Duurzaamheid blijft dus maatwerk.”

Definieer duurzaamheid

“We moeten voor ieder partij eerst weten wat het woord ‘duurzaamheid’ exact voor hen betekent. Voor energiebesparing en CO2-reductie hebben we maatschappelijke normen, regels, doelstelling en afspraken. Zoals de wet voorschrijft kun je voor CO2-reductie heel concreet een beleid ontwikkelen en uitvoeren. Duurzaamheid is veel breder en dat maakt het lastig aan te pakken. Maar ook hier geldt: je zult er wel iets mee moeten want het duurt niet lang meer voordat er integrale wet- en regelgeving wordt geïntroduceerd die dit van alle organisaties eist – hierop anticiperen is de sleutel,” aldus Michiel.

“Partijen hebben vaak onvoldoende inzicht in wat duurzaamheid in het algemeen en voor hén inhoudt,” legt Ben uit. Hij vervolgt: “Duurzaamheid gaat over meer dan energiebesparing en CO2-reductie. Het gaat over alles wat met het ‘Trias Energetica’ te maken heeft: duurzame bedrijfsvoering, processen, logistiek, inkoop, leveranciers en materialen. Dat gaat dus veel verder dan louter het verduurzamen van technische installaties en gebouwen. Als Strukton Worksphere hebben we expertise over de techniek en het gebouw, maar we denken ook mee over een duurzamere invulling van de logistiek- en inkoopprocessen en materialisatie. Echter, wij hebben daar verder geen invloed op, dat vraagt namelijk van partijen dat ze zelf een duidelijke definitie ontwikkelen van wat duurzaamheid voor hun organisatie betekent: deze moeten ze vervolgens vertalen naar een duurzaamheidsvisie die in het beleid wordt geïntegreerd. Alleen dán kunnen duurzaamheidsambities verder reiken dan wat wij vanuit onze expertise kunnen bieden.”

Duurzaamheidsvisie en plannen

“De afwezigheid van een duidelijke definitie van ‘duurzaamheid’ heeft als gevolg dat partijen hier ook geen plan voor hebben en budget vrijmaken. Daardoor blijft het een ongedefinieerde ‘ambitie’ die wel meeloopt met andere processen maar niet beleidsmatig in de organisatie is geïntegreerd”, verduidelijkt Michiel. Waarna Ben verder gaat: “Duurzaamheid is een ‘roadmap’ en die start bij de basis:  het hoort in het beleid van de organisatie opgenomen te worden. Het eist dat je daar budget voor vrij maakt, dat het gedragen wordt op directieniveau en dat je een nulmeting doet, je bent namelijk sterk afhankelijk van ambassadeurs op beslissingsniveau die zich hard maken om te verduurzamen. Pas daarna kun je concreet na gaan denken over de stappen die genomen moeten worden binnen de beschikbare budgeten.”

“Dit is een logische aanpak die veelal ontbreekt en dat maakt het lastig om tijdsbestendig te verduurzamen. Zonder een duidelijke visie en doelstelling kun je budgettair proberen mee te liften met een ‘milieubeleid’, maar dat is géén ‘duurzaamheidsbeleid’, je kunt daar dus ook geen baanbrekende resultaten van verwachten,” vult Michiel aan. Ben vervolgt: “In de zorgsector heeft Stichting Altrecht zich gecommitteerd aan de Greendeal voor een duurzame zorg, wij helpen hen deze ambities te realiseren. Het beginpunt van dit proces bestond uit het maken van een robuust plan waarmee zij de komende jaren hun vastgoedportefeuille gaan verduurzamen. Dit vraagt om een sterke visie en strategie en uiteindelijk een slimme operationalisatie.”

Grootscheepse integrale renovatie

“Wat mij ook opvalt is dat partijen de aandacht vaak alleen vestigen op de bouwkundige en technische zaken in het gebouw. De praktijk leert dat er weinig projecten zijn waar er alléén bouwkundig verduurzaamd moet worden. Je hebt altijd met een fundamentele keuze te maken: aanpassen vs. verbeteren op delen, ofschoon: incrementeel of juist ‘all the way’ verduurzamen. Als een incrementele aanpak kan later juist weer niet zo incrementeel zijn omdat je onderweg op allerlei zaken stuit die om een grootscheepse aanpak vragen. Welke weg ze ook initieel nemen, partijen moeten hier duidelijke keuzes maken op basis van een goede visie en strategie”, legt Ben uit.

Deelsluitingen van het museum

“Een grootscheepse aanpak klinkt voor veel partijen omslachtig, dat begrijpen we. Want als de deur dicht gaat wordt er simpelweg geen geld verdiend en kunnen er dus ook geen investeringen gedaan worden, een domino-effect dat voorkomen moet worden. Daarom voeren wij de meeste werkzaamheden buiten de openingstijden uit zodat het Van Gogh Museum open kan blijven en de primaire processen door kunnen draaien,” legt Ben uit.

Michiel vult aan: “Een oplossing die we daarvoor hebben zijn deelsluitingen. Zo heeft het Van Gogh Museum aangegeven dat er twee momenten in het jaar zijn waarop ze relatief weinig bezoekers hebben, die momenten – van maximaal zeven dagen – gebruiken we om delen van het museum te sluiten. De collectie wordt dan heringedeeld zodat ze ondanks een beperktere ruimtecapaciteit open kunnen blijven. Dit vergt een grondige voorbereiding in het opstellen van je onderhoudsplannen: je moet een gedegen ketenanalyse uitvoeren zodat je goed op de hoogte bent van de werkprocessen van je projectpartners en leveranciers.”

Koplopers en volgers

Ben legt uit: “In elke transitie heb je te maken met koplopers en volgers, ook in de transitie naar een duurzamere maatschappij. Volgers komen vaak pas uit de startblokken op het moment dat de verandering gedwongen wordt door de overheid. En daar zit nu net de complexiteit voor dit vraagstuk: grotere musea kunnen de koplopers zijn omdat zij over het algemeen meer middelen ter beschikking hebben en ook veelal de ambities koesteren om op alle vlakken vooruitstrevend te zijn. Kleine musea zijn al blij dat ze voldoende middelen hebben om de deur überhaupt open te houden, laat staan dat ze gaan investeren in duurzaamheid – zolang de veiligheid, wet- en regelgeving of de continuïteit niet in het geding komen doen ze liever zo min mogelijk op dit gebied. Echter, voor deze partijen bieden de natuurlijke vervangingsmomenten kansen om te gaan verduurzamen.”

“In aanloop naar die momenten kan men vooruit blikken door aan de voorkant alvast een marktoriëntatie te doen voor inzicht in
de mogelijkheden voor duurzamere oplossingen. Dit kan tot een aanzienlijke verlaging in de collectieve onderhoudskosten leiden. Nieuwe installaties zijn tenslotte minder storingsgevoelig in vergelijking tot oudere installaties, dus je bedrijfszekerheid gaat daarmee ook omhoog. Daarnaast geldt ook voor kleine musea: denk niet alleen in termen van energie- en CO2-reductie, er zijn legio andere stappen die je kunt ondernemen die geen geld kosten en tot een duurzamere bedrijfsvoering leiden.”

“Het startpunt is zorgen voor een integrale duurzaamheidsvisie: contracteer leveranciers die duurzaam opereren, koop circulair in, gebruik duurzame producten, verwerk je afval duurzaam, etc.” Michiel vervolgt: ‘Vaak hoeft bepaald apparatuur niet vervangen te worden. In duurzaamheidsland richten we de aandacht steeds op nieuwe dingen inkopen, omdat die dan duurzamer zijn. Bestaande apparatuur niet vervangen of circulair gebruiken, bijvoorbeeld door beter onderhoud, is in het kader van circulariteit duurzamer dan vervangen omdat er geen nieuwe grondstoffen worden gebruikt. Dit wordt door partijen nagelaten omdat dit niet meetbaar kan worden weergegeven in de rapportagecijfers. Bij een budgetaanvraag eist men dat je een business case laat zien, daarin gaat het om de terugverdientijd, als het niet binnen vijf jaar terugverdiend wordt ben je niet verplicht om de investering te doen, een gemiste kans.”

Kostenneutraal investeren

“Een heersend misverstand is dat je kostenneutraal kunt verduurzamen: je moet eerst investeren en daarna gaat het pas renderen. Daarom heb je leveranciers nodig die inventief zijn en slimme constructies kunnen bieden om je business case te bekostigen en financieren. Bijvoorbeeld, je kunt met een leverancier afspreken om elke jaar een vaste fee te betalen voor de levering van diensten en onderhoud, voor kleinere musea is dit een aantrekkelijke optie. Er zijn genoeg drempelverlagende oplossingen om deze uitdaging het hoofd te bieden, alleen staan deze nog in de kinderschoen waardoor bepaalde aspecten nog lastig te organiseren en te realiseren zijn,” leggen Ben en Michiel uit.

 Zachte KPI’s

“Wat wij in de praktijk zien is dat partijen, ook musea, een grote bereidheid tonen om duurzaam te opereren. De drie aspecten die hen hiervan weerhouden zijn: het gebrek aan  gedegen kennis, voldoende tijd en financiële middelen binnen de organisatie. Duurzaamheid kan dus wel onder de aandacht zijn, maar de kosten om ambities te realiseren zijn te hoog. Ons devies is: focus niet alleen op de financiële business case, maar kijk ook naar de zachte KPI’s; het welzijn van bezoekers, werknemers en de omgeving en je profilering”, geeft Ben aan. Michiel vervolgt: “In bijna alle gevallen heb je een oplossing die duurzamer is dan de standaardoplossingen. Bied je als leverancier een oplossing aan, zorg dat deze niet moeilijker in gebruik is en minimaal gelijkwaardig is aan de huidige  optie waardoor het geen radicale gedragsverandering eist om de overstap te maken.”

Seminar ‘Verduurzaming Museumgebouwen’

Michel van der Zee was één van de sprekers op het Seminar ‘Verduurzaming Museumgebouwen’ georganiseerd door het ESCoNetwerk i.s.m. BouwRegieNetwerk, het Van Gogh Museum, Stichting Verduurzaming Musea, Het Balanshuis, Museum Klok

Museum Klok en Peel

& Peel Asten, Sweco en Strukton Worksphere. Waarbij aan de hand van leerzame praktijkvoorbeelden en interactieve discussies het thema ‘’Verduurzaming van Musea’ bij de kop vast werd pakt. Ruim zestig praktijkdeskundigen kwamen tijdens dit seminar samen om de cruciale facetten in deze transitie met elkaar te delen en ‘best practices’ uit te wisselen. Het doel: nieuwe ideeën delen over hoe op strategisch, tactisch en operationeel niveau de knelpunten naar een duurzaam museum het hoofd kunnen worden geboden met visie voor de toekomst. Klik hier voor het programma.

Aanwezig waren o.a.:

Provincie Noord-Brabant, Museum Boijmans Van Beuningen, Gemeente Rotterdam, Bonnefantemuseum, Stedelijk museum Amsterdam, BOM, Stichting Deventer Verhaal, Museum De Waag & Speelgoedmuseum Deventer, Gemeente Gouda, Gemeente Deventer , Erfgoed Gemeente Leiden , Museum Arnhem, Gemeente Arnhem, Museumfederatie Fryslân, Gemeente Heerlen, Rijksmuseum, Provincie Gelderland, Gemeente Delft, Gemeente Asten, Klok en Peelmuseum, Het Noord-Brabants Museum, Stichting Beheer Museumkwartier Den Bosch, Gemeente Delft,  etc.

Wilt u op de hoogte worden gehouden over of betrokken willen worden bij de vervolgsessies die rondom dit thema zullen worden georganiseerd, stuur een bericht aan secretariaat@esconetwerk.nl