“Zero Emissie OV-busvervoer: een dialoog met elkaar betekent niet dat je je eigen business case weggeeft.”

| | |

In 2015 kwam het Interprovinciaal Overleg (IPO) met de Visie duurzaam regionaal OV. Deze visie vormde de basis voor het Bestuursakkoord ‘Zero-emissie Regionaal OV-Busvervoer’, ondertekend…

In 2015 kwam het Interprovinciaal Overleg (IPO) met de Visie duurzaam regionaal OV. Deze visie vormde de basis voor het Bestuursakkoord ‘Zero-emissie Regionaal OV-Busvervoer’, ondertekend door veertien vervoersautoriteiten en het Rijk. De ambitie: het regionaal busvervoer moet in 2030 (of eerder) emissievrij zijn. In alles benadrukt het initiatief de urgentie voor een transitie naar zero emissie-bussen. Echter, er bleken nog noten te kraken in de organisatie om knelpunten in de transitie naar ‘Zero-emissie OV-Busvervoer’ weg te halen. Partijen worstelen o.a. over investeringsbeslissingen, het inzetten van zero-emissie OV-bus materieel, de daarvoor benodigde energielevering, de laad- en of tankinfrastructuur, onzekerheden over de prestaties van elektrische bussen, nieuwe rollen en verantwoordelijkheden voor taken, processen en eigenaarschap, etc.

Hoe kan de transitie naar zero emissie openbaar busvervoer worden versneld? Wat moet anders en wat kan beter om aldus kansen volledig te benutten? Hierover spraken wij met Frank ten Wolde. Frank is projectmanager en EV-expert bij APPM en sinds 2009 nauw betrokken bij de ontwikkelingen van elektrisch vervoer (EV) in Nederland.

Zero Emissie OV-bussen

“Het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de metropoolregio’s hebben de afspraak vastgelegd dat zij bij het uitschrijven van de zogeheten busvervoerconcessies gaan eisen dat alle bussen uitstootvrij moeten zijn. Dit houdt in dat bussen op waterstof of elektrische batterij moeten rijden,”  legt Frank uit.

Hij vervolgt: “Het Bestuursakkoord is een goed vertrekpunt om vervoerders aan te sporen om werk te maken van schonere OV-mobiliteitsoplossingen. Dat juichen we allemaal toe. Het knelpunt is, dat de opgave nu volledig en alleen bij de vervoerders ligt. Daarvoor is deze opgave echter te groot en te complex. Net als bij de ondertekening van het Bestuursakkoord, moeten partijen ook bij de implementatie samen blijven optrekken. Een succesvolle transitie van diesel naar Zero Emissie  OV-bussen eist namelijk een gedegen samenwerking tussen concessieverleners (provincies of vervoerregio’s), de voervoerders en de leveranciers van de techniek. De meerwaarde in de samenwerken vertaalt zich in de mogelijkheden om van en met elkaar te leren om zo verspilling te minimaliseren. Alleen dan kan de opgave optimaal sluitend aan de eisen van het vraagstuk worden georganiseerd en kan het potentieel van innovatieve technologieën volledig worden benut.”

Uitdagingen

“Technisch moeten steden en regio’s het hoofd bieden aan een aantal uitdagingen om realisatie mogelijk te maken. Waar laat je bijvoorbeeld de laadpunten, transformatoren en stuurkasten? Bij ‘Opportunity Charging’ vormt de standaardisering van de pantograaf een uitdaging. De meeste concesssies eisen  van vervoerders dat zij meewerken aan ‘nevengebruik’ van laadpunten. Het bezwaar is dat iedere concessie vaak bussen heeft met een ‘eigen’ laadsysteem en technische eisen, met als resultaat dat vervolgens iedere vervoerder een ‘eigen’ laadpunt nodig heeft – een verspilling van de toch al schaarse middelen en capaciteit. Het doet de vraag opkomen of het mogelijk is om een landelijke standaard voor opladen van zero emissie bussen af te spreken, bijvoorbeeld een systeem met een pantograaf up systeem.  Gastgebruik van laadinfrastructuur is dan makkelijker te faciliteren. Op zich niet zo’n gekke gedachten. Echter heeft een concessie gebied met veel steden andere uitdagingen dan een provinciale concessie en daardoor behoefte aan een andere laadtechniek. Door een standaard voor te schrijven  gaan concessieverleners op de stoel van de vervoerder zitten en wordt minder gebruik gemaakt van innovatiekracht van de bus industrie zelf. Onbedoeld wordt bij het vaststellen van een standaard een lock-in gecreëerd in een markt welke zich sterk aan het ontwikkelen is.

Kansen

“Er zijn ook nog veel kansen die we beter met elkaar zouden kunnen en moéten benutten. Zo is mobiliteit niet opgenomen in de Regionale Energie Strategie (RES), een gemiste kans. Iedere regio is een grootgebruiker van energie met het openbaar vervoer. Denk hierbij aan tram, metro’s, elektrische bussen, etc. Het gaat dus om een bulkvraag die veel vraagt van de infrastructuur. Als men keuzes maakt in de aanleg en exploitatie van groene energiebronnen (wind/zon), moet er daarom ook meteen gekeken worden naar de integratie van de energievraag voor het OV. Er moet al met al aandacht zijn voor zowel de laadpalen als de aansluiting op het elektriciteitsnet. De netbeheerder is een nieuwe belangrijke stakeholder in dit hele speelveld geworden, neem hen ook mee in het dialoog, aldus Frank.

Integraal samenwerken

“De complexiteit van de opgave naar zero emissie openbaar busvervoer vraagt dus om voor het in de markt zetten van een openbaar vervoerconcessie met alle stakeholder in gesprek te gaan. Als er gezamenlijk consensus bestaat waar wel en waar geen laadinfra gerealiseerd kan worden wordt de vraag pas op de markt gezet. Om vooraf gezamenlijk keuzes te maken welke van invloed zijn op de maatschappelijke kosten voor openbaar vervoer, kan realisatie van infrastructuur goedkoper zonder een bepaalde techniek voor te schrijven. Het kan zo maar zijn dat het verplaatsen van een remise het makkelijker en goedkoper maakt om laadinfrastructuur binnen het energienetwerk in te passen. We moeten daarom juist meer bij elkaar komen om te leren van de eerste concessies die zijn afgesloten. Wat zijn daar de ‘lessons learned’? Hoe gaan we bijvoorbeeld om met stations waar er meerdere vervoerders bij elkaar komen? Dit vraagt om een dialoog met elkaar zonder verwijten om zo onze maatschappij te helpen het Bestuursakkoord uit 2015 goed en succesvol uit te voeren.”

Competitieve industrie

“Samenwerken op dit thema vraagt om een systeem- en gedragsverandering bij de professionals die zich met het vraagstuk bezighouden. De vervoersindustrie is competitief, partijen zijn het dus veelal niet gewend om verregaand samen te werken met andere stakeholders. De nieuwe realiteit moet zijn dat we inzien dat een dialoog met elkaar niet betekent dat je je eigen business case weggeeft. Om die angst weg te nemen is het goed één integrale partij aan te wijzen die de discussie over infrastructuur organiseert. Het gaat hierbij niet alleen om de technische facetten van het vraagstuk, maar ook om de organisatieverandering die essentieel is in de gehele keten (o.a. ov-autoriteiten, provincies, gemeentes, beheerders van publieke ruimtes, vervoersbedrijven, laaddienstverleners, netbeheerders).

In 2030 zullen we emissievrij rijden

“We gaan voldoen aan het Bestuursakkoord. Er is veel energie in de markt. We moeten deze alleen nog zien te bundelen om vaart te maken. Het Bestuursakkoord schrijft geen techniek voor: dat biedt kansen! Mijn devies aan partijen is dan ook om niet te wachten op de komst van de ‘beste’ techniek om in beweging te komen, maar de mogelijkheden die de techniek nu biedt zoveel mogelijk maximaal te benutten op buslijnen waar hetkan. Het kan hierbij zelfs strategisch slim zijn om in tranches naar 2030 te werken. Hoe het ook zij, maak scherp gebruik van de tijd die het Bestuursakkoord biedt voor de transitie.”

Seminar ‘Grip op de transitie naar Zero Emissie OV-Busvervoer’

Frank ten Wolde was één van de sprekers op het Seminar ‘Grip op de transitie naar Zero Emissie OV-Busvervoer’ georganiseerd door het BouwRegieNetwerk i.s.m. RET, Connexxion, Provincie Gelderland, APPM, Witteveen+Bos, E-Laad en Gemeente Arnhem. Waarbij aan de hand van leerzame praktijkvoorbeelden en interactieve discussies het thema ‘Zero Emissie Openbaar Busvervoer’ bij de kop vast werd pakt. Ruim dertig praktijkdeskundigen kwamen tijdens dit seminar samen om de cruciale facetten in deze transitie met elkaar te delen en ‘best practices’ uit te wisselen. Het doel: nieuwe ideeën delen over hoe op strategisch, tactisch en operationeel niveau de knelpunten naar zero emissie-bussen (o.a. de laadinfrastructuur, de betrouwbaarheid van  elektrische bussen, financiën, etc.) het hoofd kunnen worden geboden met visie voor de toekomst. Klik hier voor het programma.

 

Aanwezig waren o.a.:

Gemeente Zwolle, Gemeente Arnhem, Provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, Provincie Gelderland, Gemeente Brummen, Provincie Zuid-Holland, Arriva Nederland, Provincie Utrecht, Gemeente Amsterdam, Provincie Overijssel, Vervoerregio Amsterdam, etc.

Wilt u op de hoogte worden gehouden over of betrokken willen worden bij de vervolgsessies die rondom dit thema zullen worden georganiseerd, stuur een bericht aan secretariaat@bouwregienetwerk.nl